Column Jan Dirk v/d Zee: Met onze kinderen kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn

Je zult het als vader herkennen: de angst dat je kinderen op de sportclub een gek tegenkomen die zijn handen niet thuis kan houden. Tijdens een toernooi, op kamp, in de kleedkamer, het veld, in de auto, op weg naar de wedstrijd… Het zijn beelden die je liever niet ziet, maar die door de aanhoudende stroom Me-Too-verklaringen alleen maar sterker worden. Vorige week kwam daar de beste turnster ter wereld bij: Simone Biles. Zij werd jarenlang bepoteld en betast door de teamarts.

Het is daarom een extra geruststellende gedachte dat de coach van het elftal van één mijn dochters aan de kinderen heeft gevraagd, hoe zij vinden dat ze met elkaar om zouden moeten gaan. Wat ze normaal vinden in de omgang (en wat niet)? Of de trainer bijvoorbeeld nog de kleedkamer mag binnenlopen (of dat-ie dat beter kan laten)? En welk contact ze bij de sport vinden horen (en welke ze te ver vinden gaan)?

Rapport

Een op acht sporters is slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag, vier procent is aangerand of verkracht

Een werkwijze die oud-minister Klaas de Vries als muziek in de oren zal klinken. Hij presenteerde in december 2017 zijn onderzoek naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport. Het rapport heeft de KNVB afgelopen week naar alle verenigingen in Nederland gestuurd. De conclusie is schokkend: Een op acht sporters is slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag, vier procent is aangerand of verkracht.

In de eerste commentaren op het rapport van De Vries hoorde ik sommigen in de wandelgangen hoopvol beweren, dat in het voetbal, de grootste sport van Nederland, met ruim anderhalf miljoen clubspelers en vrijwilligers, het aantal gevallen van seksueel ongewenst gedrag nog lijkt mee te vallen. Vervolgens werd dat onderbouwd met de specifieke kenmerken van het voetbal. Zoals het gegeven dat het een teamsport is (dus nauwelijks sprake van een intensieve individuele begeleiding van spelers/speelsters), er een grote sociale controle bestaat (betrokken vaders en moeders) en voetbalverenigingen vaak de lokale spil vormen in een buurt of gemeenschap. Hierdoor zou iemand die zichzelf te buiten wil gaan, meteen de plaatselijke paria worden (als het naar buiten komt).

Magere verklaringen

Angst is een slechte raadgever, maar met onze kinderen kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn

Het lijken magere verklaringen. Volgens mij weten we nog maar de helft en vermoed ik dat er veel meer slachtoffers te betreuren zijn. Niet voor niks roept De Vries in zijn rapport op tot directe actie en een wettelijke meldplicht voor iedereen binnen clubs die weet heeft van intimidatie en erger.

De voetbalbond voegt daar de volgende zaken aan toe:

  1. Zet het onderwerp permanent op de bestuurs-agenda en maak het prioriteit binnen de club;
  2. Laat alle coaches/trainers/begeleiders in gesprek gaan met de teams om afspraken te maken met de kinderen: Hoe wil je met elkaar omgaan?
  3. Zorg voor een vertrouwenscontactpersoon binnen de club, waar de kinderen hun verhaal kwijt kunnen;
  4. Doe niet lacherig, neem elke klacht serieus;
  5. Stel het slachtoffer centraal, niets is te veel om hem/haar/en de familie op te vangen met alle zorg die je in de vereniging kunt bedenken;
  6. Vraag de bond om hulp, als je niet weet waar je moet beginnen.

Angst is een slechte raadgever, maar met onze kinderen kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn.

Voetbal en seksuele intimidatieEen veilig en plezierig voetbalklimaat voor iedereen is een belangrijk uitgangspunt van de KNVB. Daarom worden verenigingen gesteund en gestimuleerd om preventief beleid te voeren om seksuele intimidatie tegen te gaan.

Pascal Kamperman

Vertrouwenscontactpersoon

Columns Jan Dirk van der ZeeBekijk hier de eerder gepubliceerde columns van Jan Dirk van der Zee.


Terug naar boven