Column Jan Dirk v/d Zee: Wat een spektakel

Daar stonden ze. Vijf mannen in het shirt van het Nederlands elftal met roots in Turkije, Marokko, Tunesië en Nederland. Hun rechterhand op de linkerborst. Kin omhoog. Het Wilhelmus klonk. 

Hoe kon ik nou als voetbalfan (en directeur van de voetbalbond) zo weinig gevoel hebben voor een wedstrijd van Oranje?

Nog geen uur daarvoor was ik uit Zeist vertrokken om te gaan kijken naar de play-offwedstrijd van het Nederlands zaalvoetbalteam voor de kwalificatie van het WK in Columbia. Ik reed er naartoe met het gevoel alsof ik naar een musical moest. Onbegrijpelijk. Hoe kon ik nou als voetbalfan (en directeur van de voetbalbond) zo weinig gevoel hebben voor een wedstrijd van Oranje? Het enige dat ik bespeurde was een lichte vorm van nieuwsgierigheid; of de beleving nog hetzelfde zou zijn als vroeger. Die van piepende sportschoenen, lege tribunes en spelers met de naam van het lokale taxibedrijf op de borst. 

Funest voor je knieën

Bij mijn eigen verenigingen, waar ik in de hogere elftallen speelde, werd ons zelfs afgeraden om überhaupt aan zaalvoetbal te beginnen. De sport zou funest zijn voor je knieën en enkels. Pas toen Ajax zich twee jaar geleden openlijk uitsprak over het grote belang van zaalvoetbal voor de jeugd - verbetering van snelheid, inzicht, techniek en mentale weerbaarheid - verdween dit denkbeeld van de velden. 

Inmiddels telt het KNVB-zaalvoetbal of Futsal (afgeleid van de Spaanse woorden Fútbol en Sala) ruim vijfenzeventigduizend spelers in clubverband en zijn er nog eens honderdvijfentwintigduizend mensen die de sport in het ‘wild’ beoefenen. Zij huren met vrienden, collega’s of medestudenten een zaal in een sporthal. 

Groot verschil

Nergens ter wereld kun je namelijk zo toegankelijk sporten als in de professionele accommodaties bij Nederlandse sportclubs

Toch blijft de populariteit van de sport ver achter bij de ontwikkelingen in Rusland, Italië, Spanje en Portugal. Aan de ene kant ligt dat aan het uitblijven van succes van het nationale team en aan de andere kant komt het door onze unieke sportinfrastructuur. Nergens ter wereld kun je namelijk zo toegankelijk sporten als in de professionele accommodaties bij Nederlandse sportclubs. Plekken waar je je - van kantine tot kleedkamer - makkelijk thuis gaat voelen. Een groot verschil met zaalvoetbal, waar je gedwongen wordt te spelen in een anonieme hal met de uitstraling van een meetingpoint op het industrieterrein. 

Andere (mogelijke) oorzaken voor het achterblijven van succes vormen de minimale media-aandacht voor de sport (het is niet op televisie) en de voortdurende vergelijking met het veldvoetbal.  Met name dat laatste is volkomen onterecht, ontdekte ik in Almere. Vanaf de eerste tot de laatste minuut zat ik op het puntje van mijn stoel. Wat een overgave. Wat een spektakel. Zo supersnel, zo technisch, zo fysiek. IJshockey, maar dan in voetbalgedaante. Een volstrekt eigen fenomeen dat veel meer aandacht verdient. Van de KNVB en van mij. 

Investeren

Daarom gaan we meer investeren in de breedtesport en blijven we ons vizier richten op topsport. Net zolang tot we de Ziggo Dome vullen. Met een Futsal-event waar je gewoon bij wil zijn. Dat zweer ik. Met mijn rechterhand op het hart. 

Columns Jan Dirk v/d ZeeLees hier de eerder gepubliceerde columns van Jan Dirk van der Zee.


Terug naar boven