Het lukt niet om de pagina die je zocht op KNVB.nl te laden.
Op dit moment is de website in onderhoudsmodus. Probeer het later nog eens.
Gebruik je een adblocker? Probeer deze uit te zetten en laad de pagina opnieuw.
KNVB.nl
Voor nieuws en ondersteuning van het Nederlandse voetbal.
Oranje
Het officiële kanaal van de KNVB voor alle Oranjefans.
Voetbal.nl
Hét platform voor uitslagen, standen en programma voor amateurvoetballend Nederland.
Eurojackpot KNVB Beker
Voor het laatste nieuws, uitslagen en programma van de Eurojackpot KNVB Beker.
Eurojackpot Vrouwen Eredivisie
Het officiële kanaal van de Eurojackpot Vrouwen Eredivisie met het laatste nieuws, programma, standen en alle samenvattingen.
Rinus
De online assistent voor alle jeugdtrainers van Nederland.
KNVB Campus
Voor de teams van morgen.
KNVB Shop
De officiële webshop van de KNVB.
KNVB Ticketshop
Het officiële verkoopkanaal voor de KNVB. Koop hier je tickets voor Oranje en de Eurojackpot KNVB Beker.
Dugout
De digitale leeromgeving van de KNVB
Eén Tweetje
De online community voor bestuurders in het amateurvoetbal.
KNVB Expertise
Kennis- en innovatiecentrum voor Betaald Voetbal.
Als je de teams indeelt zonder labels als ‘selectie’ en ‘talent’ te gebruiken, zorgt dat voor minder gedoe. - Foto: KNVB Media
Voor veel verenigingen is de teamindeling een heet hangijzer. Hoe pak je het wél aan zonder discussie of teleurstelling? Volgens Bastiaan Riemersma, medewerker Talentontwikkeling bij de KNVB, begint het bij een andere manier van denken over de ontwikkeling van jeugdspelers. “Door het selectie en talentontwikkeling te noemen, creëer je je eigen gedoe.”
Teamindeling is zonder twijfel een beladen onderwerp. Voor een groot gedeelte is dat te wijten aan de scheiding tussen selectieteams en niet-selectie, aldus Riemersma. “Als je selecteert, betekent dat automatisch ook dat je deselecteert. Je zegt tegen heel veel kinderen: jullie allemaal niet. Maar ouders willen graag dat hun kind in het hoogste team komt, kinderen denken dat het belangrijk is om in een selectieteam te spelen en trainers willen werken met spelers die op dat moment de besten zijn. Selecteren zorgt dus bij heel veel mensen voor teleurstelling.”
Het gaat erom dat álle spelers zich kunnen ontwikkelen.
Een mogelijke oplossing ligt volgens Riemersma dan ook in het wegblijven van termen als selectie en talentontwikkeling. In plaats daarvan moet spelersontwikkeling het uitgangspunt zijn voor clubs. “Het gaat erom dat álle spelers zich kunnen ontwikkelen. Dat kun je doen door kinderen in te delen op basis van hun motivatie en behoefte. Zijn ze fanatiek en ambitieus, of vinden ze het gewoon leuk om een uurtje met vrienden te voetballen? Dat hoeven wij als volwassenen niet voor hen in te vullen. Laat ze daar zelf over meedenken en bied voor iedereen de omstandigheden waar ze behoefte aan hebben. Zet de fanatieke kinderen bij een fanatieke trainer, of organiseer wekelijks een extra training. Dan zie je vanzelf wie er extra gemotiveerd zijn.”
Talentontwikkeling plaatst Riemersma nadrukkelijk later in het proces. Volgens hem is dat niet iets waar je bij jonge spelers al mee kunt beginnen. “Talentontwikkeling houdt in dat je de potentie van een speler gaat inschatten. Dat kan niet op heel jonge leeftijd, want de ontwikkeling van een speler verloopt niet in een rechte lijn omhoog. Talent ontstaat over tijd, door een goede spelersontwikkeling. Pas na een aantal jaar, als ze dertien of veertien zijn, kun je stellen: deze kinderen hebben verdieping nodig.”
Hij vervolgt: “Wat we op jonge leeftijd vaak als ‘talent’ bestempelen, is regelmatig een voorsprong. Denk aan kinderen die al veel uren hebben gemaakt of fysiek al verder zijn in hun ontwikkeling. Zij vallen op en worden al snel gezien als de besten. Maar dat zegt lang niet altijd iets over wie er op latere leeftijd het hoogste niveau haalt. Juist daarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met kinderen vroeg selecteren en labelen als talent.”
Wanneer je de teams indeelt zonder daar labels als ‘selectie’ en ‘talent’ aan te hangen én dat goed kunt uitleggen, zorgt dat bij meer spelers en ouders voor tevredenheid en dus voor minder gedoe. Het zorgt er op de lange termijn mogelijk zelfs voor dat er juist méér talent binnen de vereniging zal zijn. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is het niet. “Door al heel vroeg te selecteren, verklein je je eigen vijver. Als je alle kinderen optimale ontwikkelmogelijkheden biedt, vergroot je die vijver juist. Daardoor zou het niveau van de oudere teams op de lange termijn zelfs kunnen stijgen. Talent en prestaties zijn het gevolg van een goede spelersontwikkeling.”
Het gaat pas fout als je de grotere en sterkere spelers 'talenten' of 'selectie' noemt en alles voor hen faciliteert
Sterker nog: door in te delen op motivatie en behoefte, omzeil je als vereniging min of meer vanzelf lastige thema’s als het geboortemaandeffect of biologische leeftijd. “Als sommige kinderen nu groter en sterker zijn dan hun teamgenoten, vinden de kleinere spelers het niet altijd leuk om daar tussen te lopen. Het is dus prima als je op dat moment indeelt op niveau. Daarmee voldoe je aan hun behoefte. In het jaar daarop is dat misschien weer anders en moet je ze anders indelen. Het gaat pas fout als je die groep grotere en sterkere spelers van begin af aan de talenten of selectie noemt en voor hen van alles faciliteert. Je moet alle jeugdspelers het gevoel geven dat ze belangrijk zijn en op de goede plek zitten.”
Riemersma zoomt daar verder op in. “We weten namelijk dat kinderen zich ontwikkelen als er twee zaken in orde zijn: welbevinden en betrokkenheid. Het welbevinden houdt in dat een kind zich gezien voelt en het idee heeft dat hij er mag zijn, dus dat hij in een leuk team zit waarin hij zich fijn voelt. Betrokkenheid betekent dat een oefening aansluit bij zijn niveau en dat hij iets leert. Als je spelers op een veel te laag niveau indeelt, vervelen ze zich en zijn ze niet meer betrokken. Het welbevinden en de betrokkenheid van je jeugdspelers werk je in de hand door ze in te delen op motivatie en behoefte. En als je die twee aspecten – welbevinden en betrokkenheid – voor elkaar hebt, gaan kinderen zich ontwikkelen. Dat wil toch iedereen?”
Het antwoord daarop is ongetwijfeld ‘ja’. Echter blijft de teamindeling in de praktijk lastig. Riemersma beseft dat dat komt door het systeem dat we met z’n allen hebben gecreëerd, waarin winnen en presteren centraal staan. Daar gedragen spelers, ouders en clubs zich nu dan ook gewoon naar. “Daarom zal het veranderen ook stap voor stap gaan”, beseft Riemersma. “En dat begint met bewustwording, over hoe belangrijk het is om zoveel mogelijk jeugdspelers te plaatsen in een team dat op dat moment bij hen past, voorzichtig te zijn met het woord ‘talent’ en niet al vroeg een selectie te maken. Daarna komen ontwikkeling en succes vanzelf.”