Brandts en Poortvliet: 'WK-finale of amateurs; het gaat om winnen'

Francis Grondhuis
KNVB Media
2 februari, 15:00

Oranje voor de WK-finale in 1978. Bovenste rij (vlnr): Johnny Rep, Jan Jongbloed, Arie Haan, Ernie Brandts, Johan Neeskens en Ruud Krol. Onderste rij (vlnr): Wim Jansen, Jan Poortvliet, Willy van de Kerkhof, René van de Kerkhof, Rob Rensenbrink. - Foto: VI-Images

Ze werden met PSV landskampioen, veroverden de UEFA Cup en speelden als 22-jarige broekies voor 77.000 doldrieste Argentijnen de WK-finale in Buenos Aires. Het magische jaar 1978 staat in het geheugen van Ernie Brandts en Jan Poortvliet gegrift. Ruim veertig jaar later kunnen de oud-internationals net zo veel passie opbrengen voor het amateurvoetbal. "Als ik maar met mijn voeten in het gras sta, dan ben ik gelukkig."

Brandts zette onlangs zijn handtekening voor komend seizoen onder een verbintenis met de Eindhovense eersteklasser vv Brabantia, terwijl Poortvliet zijn contract bij hoofdklasser rksv Nuenen verlengde. Twee stevig gewortelde Brabantse amateurclubs, allebei opgericht in 1922 en hemelsbreed nog geen 10 kilometer van elkaar vandaan.

Promotie en een biertje

Ernie Brandts is momenteel assistent-trainer bij FC Eindhoven. — Foto: Johan Manders/FC Eindhoven

Voor Brandts wordt het na de zomer een weerzien met de amateurwereld. Na een redelijk overzichtelijke spelerscarrière, met meer dan 250 wedstrijden voor PSV, bracht zijn trainersloopbaan hem in exotische oorden als Iran, Tanzania en Rwanda. En niet te vergeten NAC Breda die hij in 2008 naar een historische derde plaats in de Eredivisie leidde. Nu strijkt hij neer bij Brabantia, waar hij het hoofdtrainerschap combineert met zijn baan als assistent-trainer van FC Eindhoven.

"Peter Kruizinga, die teammanager is bij FC Eindhoven én Brabantia, vroeg of het niets voor mij was. Ja dus. Zet mij maar met mijn voeten in het gras. Brabantia is een heel leuke club met fijne mensen en ik kan het prima combineren met de functie bij FC Eindhoven. Het bijt elkaar niet qua wedstrijden en trainingen." En dus gaat Brandts straks bij D'n Brab in de van oudsher volkswijk Strijp aan de slag. "De hoogst spelende Eindhovense amateurclub. Het voetbal leeft hier. Heel gezellig en er wordt na afloop met elkaar ook een lekker biertje gedronken. Dat is voor mij een voorwaarde, net als de uitgesproken ambities want we gaan ook proberen promotie naar de hoofdklasse te bewerkstelligen. Daar gaat het uiteindelijk in het voetbal om, ook voor mij als trainer."

Absolute top

Dat Brandts met al zijn bagage nu op het vierde amateurniveau instapt, maakt hem niet uit. "Met Nuenen ben ik ooit in twee jaar gepromoveerd en speelden we hoofdklasse. Dat was me destijds zeer goed bevallen. Natuurlijk wil je als trainer op een zo hoog mogelijk niveau werken, maar die absolute top is voor mij niet meer weggelegd. Ik krijg hier de kans om weer eindverantwoordelijk te zijn. En het niveau? Dat maakt me echt niet uit: A-junioren, B-junioren, amateurs. Dit werk doe ik met plezier en houdt me jong."

Het is de pure liefde voor het voetbal van een generatie die niet met het grote geld opgroeide. "Dat is zo", zegt de 28-voudig Oranje-international die zondag 63 jaar wordt. "Geen dag zonder voetbal. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat kijk ik wedstrijden. Gelukkig houdt mijn vrouw ook van het spelletje. Zij staat er voor honderd procent achter, anders doe ik het niet."

Groot respect

Het belangrijkste is winnen, maar ook plezier met elkaar hebben. Anders houd je het niet vol als amateur.

Bij Brabantia weten ze dat er een WK-finalist in de dug-out komt te zitten. Nog steeds, ruim veertig jaar na dato, wordt de voormalige verdediger regelmatig herinnerd aan die wonderlijke weken in Argentinië die bijna naar de wereldtitel leidden. "Zelfs wildvreemde mensen spreken me er nog steeds over aan. Het was ook fantastisch allemaal. Vorig jaar ben ik nog Andere Tijden Sport terug naar Argentinië geweest. Prachtig!", aldus Brandts die in de wedstrijd tegen Italië scoorde én een eigen goal maakte.

Zijn professionele inslag wil hij straks deels op de spelers van Brabantia overbrengen. "Het belangrijkste is winnen, maar ook plezier met elkaar hebben. Anders houd je het niet vol als amateur. Het is aan mij om een goede sfeer te creëren, want dan kun je ook goede prestaties leveren en het maximale eruit halen. Ik heb destijds echt groot respect gekregen voor die jongens. De hele dag hard werken en dan 's avonds op de training ook nog vol aan de bak. De kunst als trainer in het amateurvoetbal is om in te schatten hoe ver je samen kunt gaan."

Jan Poortvliet (links) viert samen met Ernie Brandts (4) een doelpunt van PSV in de UEFA Cup-finale tegen Bastia in 1978. — Foto: VI-Images

Elke dag op het veld

Jan Poortvliet tekende onlangs voor een nieuw seizoen op sportpark Oude Landen. Hoofdklasser Nuenen draait dit jaar bovenin mee, met veel jonge spelers van de club zelf. Precies zoals Poortvliet dat het liefste ziet. "Wat heb je eraan om ze van heinde en ver te halen? Dit is toch veel leuker. Ik voel me thuis bij deze warme en gezellige club, en het komt goed uit met andere werkzaamheden, dus gaan we volgend jaar lekker door."

Voor de geboren Zeeuw is er niets mooier dan voetbal. Ook als 63-jarige blijft de liefde voor de sport onverminderd groot. "Mijn passie is trainen en voetballen. Dat blijf ik het allerleukste vinden. Gewoon elke dag op het veld staan. Zo zijn we opgegroeid. We doen alles voor het voetbal en met veel plezier. Dat geldt ook als ik op vrijdagavond jochies van acht jaar training sta te geven op de voetbalschool."

Gullit en Van Basten

Zo hoog mogelijk eindigen, een prijsje pakken of promotie afdwingen. Uiteindelijk blijft het doel hetzelfde: het gaat om winnen.

Als een van de laatste generaties internationals, beaamt Poortvliet die zelf 19 keer het Oranjeshirt droeg, waarvan 11 keer samen met PSV-teamgenoot Brandts. "Na ons is dat minder geworden, die passie om door te gaan. Als het niet op het hoogste niveau kan, dan doen ze het niet. Natuurlijk zijn Gullit en Van Basten enorme liefhebbers, maar op een andere manier. Ze worden tv-analist of trainen in de top, maar gaan niet meer op een lager niveau aan de slag."

Zelf zag hij als trainer ook genoeg van de wereld. Met als uitschieters Southampton en China. Leuk en aardig, maar van het voetbalniveau in het verre Oosten raakte hij niet ondersteboven. "Natuurlijk zou ik graag op een ander niveau willen trainer willen zijn, maar voor nu ben ik blij en tevreden. Ik zit hier op mijn plaats. En laten we wel wezen; overal moet je prestaties leveren, of het nu Nuenen, Arnemuiden, China, Southampton of FC Den Bosch is. Zo hoog mogelijk eindigen, een prijsje pakken of promotie afdwingen. Uiteindelijk blijft het doel hetzelfde: het gaat om winnen. Dat is het mooie van voetbal."

Eén voordeel: overal gewerkt

Het is ook een kwestie van jezelf pragmatisch opstellen. Als de voormalige linksback de vergelijking trekt met zijn eerste Nuenense periode (seizoen 2005/'06) dan is de beleving wat minder geworden. Twee keer trainen is prima, maar voor een derde sessie moet je ze naar het veld slepen. "Maar ik heb één voordeel: ik heb overal gewerkt. Profs, amateurs, A-junioren, B-junioren, D'tjes, lagere elftallen. Daardoor heb ik hiermee leren omgaan en stap ik er makkelijk overheen. Na Southampton ga ik net zo makkelijk bij vv Goes aan de slag."

Ook al speelde hij ooit op het allerhoogste podium. De WK-finale van 1978 tegen Argentinië, een van de mooiste en dramatische momenten uit de vaderlandse voetbalhistorie. "Ach, ik ben wie ik ben. Doe niet gek en ben kritisch op mezelf en de spelers. Als het moet sta ik erboven, en als het kan sta ik tussen de jongens. En daar hoort ook de gezelligheid van de kantine bij, al is dat wel minder dan vroeger hoor. De lichten uitdoen en de tent sluiten zoals voorheen; dat is nu niet meer."

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen

Terug naar boven