Column Jan Dirk van der Zee: Applaus voor de honderdjarigen

‘Ik kom nog eens ergens,’ tweette Michael van Praag toen hij vorige week aankwam op de receptie voor het eeuwfeest van vv Scherpenzeel. De bondsvoorzitter bezoekt elke maand meerdere amateurverenigingen en vertelde mij vorige week, dat hij dit jaar al opvallend vaak is langs geweest bij clubs die 100-jaar bestaan.

Volgens hem ligt de verklaring voor het hoge aantal eeuwelingen bij het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918. Een conclusie die wordt onderstreept met cijfers uit het KNVB-archief. Zo werd in de eerste jaren na de oorlog bijna 9 procent van de voetbalverenigingen opgericht, die nog actief zijn. Naar elk van deze clubs brengt Van Praag persoonlijk de bondsvlag.  

Uniek voetballandschap

Begin van dit jaar bleek hoe uniek het Nederlandse voetballandschap is. Ik stond op een internationaal congres te luisteren naar een interview met David Miller, die een vraag kreeg van een journalist hoe de Britten het hadden geflikt om in betrekkelijke korte tijd zo succesvol te worden in de wielersport, anders dan bijvoorbeeld de Amerikanen. Of dit te wijten was aan een nieuwe manier van topsportbenadering? Na een korte stilte, kwam Miller met een verklaring. Hij schreef het succes onder meer toe aan Boris Johnson en de Engelse overheid, die met tolheffingen de Londense binnenstad autoluw hadden weten te maken, waardoor fietsen als een aantrekkelijk alternatief werd gezien.

Succes begint bij de grassroots

Een ontwikkeling die navolging kreeg in andere steden en tot gevolg had dat kinderen massaal op de pedalen stapten. “Als je spelenderwijs leert ervaren hoe het is om te fietsen, wordt een stap naar de racefiets veel sneller gezet. Succes begint bij de grassroots,” zei Miller tegen de journalist. De voormalige tijdrijder verzekert daarmee dat de basis van een sport zo breed mogelijk moet zijn voor internationaal sportsucces.

Nieuw voetbalaanbod ontwikkelen

Wat dat betreft kunnen we ons in Nederland gelukkig prijzen met een voetbalveld voor iedere Nederlander op maximaal 1,6 kilometer afstand. Volstrekt uniek in de wereld. Toch staan we als voetballand op een kruispunt. Steeds meer mensen hebben namelijk helemaal geen zin meer in de reguliere competitie, maar trappen wel graag tegen een balletje. Voorbeeld van die ontwikkeling is het snelgroeiende succes van bijvoorbeeld 7-tegen-7, waarbij vriendenteams op een half veld spelen. Tegelijkertijd is het een signaal: Wat moeten we doen om nieuwe generaties bij het voetbal te betrekken?

Toch staan we als voetballand op een kruispunt.

In mijn vorige baan heb ik gezien hoe het in de retail kan aflopen als je in het verleden blijft hangen en niet beweegt. Hierdoor is 50 procent van de traditionele winkeliers overbodig geraakt. Als bond zullen we daarom nieuw voetbalaanbod moeten ontwikkelen, waarin steeds meer ruimte komt voor de individuele wensen van spelers. Daarnaast is het noodzakelijk om grote verbeteringen door te voeren in onze jeugdopleidingen.

Nieuwe bondsvlag

Aan de clubs die dit jaar (en de komende jaren) honderd jaar worden, zal het niet liggen. Zij weten hoe het is om met je tijd mee te gaan, aantrekkelijk te blijven en mensen te verenigen voor het voetbal. Over 100 jaar wappert daar de nieuwe bondsvlag. Eerst maar eens stilstaan bij deze mijlpaal. Proost, op jullie geluk.

Columns Jan Dirk van der ZeeBekijk hier de eerder gepubliceerde columns van Jan Dirk van der Zee.


Terug naar boven