Het begeleiden van jeugdspelers

Voor een vereniging is het belangrijk dat alle jeugdspelers van O6 tot en met O19 zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit vraagt van de vereniging een gemeenschappelijke visie en aanpak in het jeugdvoetbalbeleidsplan. Daarin wordt een doorlopende leerlijn beschreven en uitgewerkt per leeftijdscategorie.

Vanaf een jaar of acht ontwikkelen kinderen sociale vaardigheden waardoor ze kunnen samenwerken en relaties aangaan. Dat is belangrijk binnen een teamsport als voetbal. Ook vertonen ze een toenemende mate van onafhankelijkheid, laten ze steeds meer een eigen mening horen en claimen ze meer eigen verantwoordelijkheid.

 
 

Wat zijn de vier trainerskwaliteiten?

Door voor elk team een doorlopende leerlijn te hanteren, is de trainer zich bewust van de voorwaarden waaronder spelers zich optimaal kunnen ontwikkelen en gemotiveerd zijn. Daarbij moet de coach zorgen voor:
 

  • Voldoende structuur
  • Een positieve benadering
  • Individuele aandacht: gezien en gekend worden
  • Ruimte voor eigen initiatief en zelf keuzes maken
  • Succesbeleving mogelijk maken

Een begeleiding met de doorlopende leerlijn als leidraad is van belang omdat jeugdspelers op zowel voetbaltechnisch, tactisch als sociaal-emotioneel gebied grote ontwikkelingen doormaken. Een doorlopende leerlijn biedt de trainers/coaches op elke leeftijd houvast.

Inrichting doorlopende leerlijn

Bij de inrichting van de doorlopende leerlijn is het belangrijk om stil te staan bij de volgende vragen:
 

  • Wanneer voelen jeugdspelers zich veilig binnen de vereniging?

Bij de vereniging is de jeugdspeler, net als op school, in een andere omgeving dan thuis. Hij of zij heeft te maken met andere personen die een begeleidende rol hebben: de trainer, coach of begeleider. Een jeugdspeler wil weten wat er van hem of haar verwacht wordt; wat zijn hier de regels, wat mag wel of niet? Belangrijke voorwaarde is dat de omgeving structuur biedt en er duidelijke afspraken gemaakt worden. Bij een veilige omgeving hoort ook dat het kind fouten mag maken. Hij of zij moet nog heel veel leren, van voetballen maar ook hoe je met elkaar om gaat.
 

  • Wanneer beleven spelers plezier aan het voetballen?

Om plezier te beleven is naast een veilige basisomgeving een positieve benadering en succesbeleving nodig. Een positieve benadering betekent dat de jeugdspeler positief gestimuleerd wordt bij alles wat hij of zij doet en complimenten krijgt voor de inzet. Succesbeleving ervaart de speler als hij of zij merkt dat je door te oefenen en inzet te tonen beter kunt worden en dat dat ook gezien en erkend wordt.
 

  • Wanneer kunnen spelers zich optimaal ontwikkelen?

Jeugdspelers ontwikkelen zich optimaal binnen een veilige omgeving waar de speler plezier beleeft en handelingen zelf uit kan proberen en keuzes kan maken. Om te kunnen voetballen en tot prestaties te komen, hebben spelers voetbaltechnische, tactische én sociale vaardigheden nodig. Sociaal gedrag is het gedrag van een individu dat gericht is op anderen; het kunnen uitvoeren en toepassen van een sociaal wenselijke handelingen zijn sociale vaardigheden.
 

  • Praktische zaken

Daarnaast behoren tot de begeleiding een hoop praktische zaken die geregeld moeten worden. Wie is het aanspreekpunt voor de kleding en materiaal binnen de vereniging? Bij wie kunnen de leiders en trainers terecht met vragen?

Wie is het aanspreekpunt voor de kleding en materiaal binnen de vereniging?

Praktische teamafspraken

Ook zijn er veel praktische teamafspraken te maken, zoals:
 

  • Wat zijn de afspraken over op tijd komen, het afmelden en vervoer?
  • Welke afspraken gelden voor het gebruik van kleding, ballen en andere materialen?
  • Welke voetbalafspraken maken (denk aan het wisselbeleid, doelen?)
  • Gedragsafspraken: hoe gaan we met elkaar om?

Terug naar boven