Er is iets mis gegaan.

Het lukt niet om de pagina die je zocht op KNVB.nl te laden.

Op dit moment is de website in onderhoudsmodus. Probeer het later nog eens.

Gebruik je een adblocker? Probeer deze uit te zetten en laad de pagina opnieuw.

Emelten en engerlingen voorkomen is beter dan ze te bestrijden

KNVB Media
KNVB Media
donderdag, 10:27

Veel sportveldbeheerders krijgen vroeg of laat te maken met emelten of engerlingen. - Foto: KNVB Media

Kale plekken in het veld, losliggende zoden en kraaien die driftig in het gras pikken. Veel sportveldbeheerders krijgen vroeg of laat te maken met emelten of engerlingen. Deze insectenlarven leven onder de grond en kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan natuurgrasvelden. Toch blijkt steeds vaker dat bestrijden alleen niet de oplossing is. De sleutel ligt in een gezonde bodem en een sterke grasmat.

Auteur: redactie vakblad Fieldmanager

Wat zijn emelten en engerlingen?

Emelten zijn de larven van langpootmuggen. Ze zijn grijsbruin van kleur, leven vlak onder het oppervlak en komen vooral 's nachts naar boven om aan grasbladeren te vreten. Engerlingen zijn de larven van verschillende keversoorten, zoals mei-, juni- en rozenkevers. Ze zijn witgeel, hebben een bruine kop en liggen meestal in een karakteristieke C-vorm gekromd in de bodem.

In tegenstelling tot emelten eten ze niet het blad, maar de wortels van de grasplant. Dit verschil is belangrijk. Emelten beschadigen het gras bovengronds, terwijl engerlingen het wortelstelsel aantasten. Beide kunnen ervoor zorgen dat de grasmat achteruitgaat, maar de schade ziet er anders uit.

Emelten zijn de larven van langpootmuggen.

Vogels veroorzaken vaak de meeste schade

De larven zelf zijn lang niet altijd de grootste boosdoener. Vooral vogels richten vaak veel schade aan. Kraaien, kauwen, eksters en meeuwen beschouwen emelten en engerlingen als een lekkernij. Zodra zij ontdekken dat er voedsel in de bodem zit, trekken ze de grasmat open om erbij te komen. Daardoor ontstaan soms binnen enkele dagen grote kale en omgewoelde plekken. Ook mollen, dassen en op sommige locaties zelfs wilde zwijnen kunnen op zoek gaan naar de larven. Een paar emelten of engerlingen horen bij een natuurlijk ecosysteem.

Pas wanneer de aantallen oplopen en schade veroorzaken, is sprake van een plaag. Bij engerlingen worden vaak de volgende richtlijnen gehanteerd: 0 tot 5 per vierkante meter: geen probleem; 5 tot 25 per vierkante meter: lichte tot matige aantasting; meer dan 25 per vierkante meter: zware aantasting. Regelmatig controleren helpt om problemen vroeg te signaleren. Dit kan eenvoudig door op verschillende plekken een steek uit de zode te nemen en te kijken wat er onder de grond aanwezig is.

Een gezonde bodem maakt het verschil

Steeds meer onderzoek laat zien dat de conditie van de bodem grote invloed heeft op het ontstaan van plagen. Een gezonde bodem zit vol leven: bacteriën, schimmels, regenwormen, aaltjes en talloze andere organismen. Samen vormen zij een natuurlijk evenwicht. Veel van deze bodembewoners eten insecteneitjes of jonge larven.

Daardoor wordt een deel van de populatie vanzelf onder controle gehouden. Wanneer het bodemleven verarmt, krijgen emelten en engerlingen meer kans om zich massaal te ontwikkelen. Daarom begint de aanpak niet bij bestrijding, maar bij het creëren van een vitaal bodemleven. Voor sportvelden is dat soms een uitdaging. Intensief gebruik vraagt veel van een grasmat. Toch kunnen enkele basismaatregelen helpen om de bodem gezond te houden.

Beluchten verbetert de zuurstofvoorziening van de wortelzone en stimuleert zowel wortelgroei als bodemleven. Ook een evenwichtige bemesting speelt een rol. Veel deskundigen adviseren om waar mogelijk gebruik te maken van langzaam werkende meststoffen en voldoende organische stof aan te voeren. Daarnaast is verstandig beregenen belangrijk. Een permanent vochtige bodem maakt een veld aantrekkelijker voor langpootmuggen om er eieren af te zetten. Bovendien zorgt veelvuldig oppervlakkig beregenen voor een ondiepe beworteling. Minder vaak, maar voldoende diep beregenen stimuleert diepere wortels en een sterker gewas.

Engerlingen zijn de larven van verschillende keversoorten, zoals mei-, juni- en rozenkevers.

Aaltjes zijn geen wondermiddel

Wanneer de aantallen te hoog worden, kunnen insectenparasitaire aaltjes uitkomst bieden. Deze microscopisch kleine organismen zoeken de larven op en doden ze van binnenuit. Tegen emelten worden meestal aaltjes van het geslacht Steinernema ingezet. Voor engerlingen worden vaak andere soorten gebruikt, zoals Heterorhabditis bacteriophora. De omstandigheden zijn daarbij cruciaal. De bodem moet voldoende vochtig zijn en de temperatuur moet hoog genoeg zijn.

Ook het moment van toepassen is belangrijk. Bij emelten levert een behandeling in het najaar vaak de beste resultaten op, omdat de jonge larven dan het meest kwetsbaar zijn. Aaltjes zijn geen wondermiddel. Bij sommige engerlingsoorten zijn de resultaten wisselend. Daarom blijft een combinatie van monitoring, preventieve maatregelen en biologische bestrijding de beste aanpak.

Sinds de invoering van de Green Deal Sportvelden is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sterk beperkt. Voor enkele situaties bestaan uitzonderingen, maar het uitgangspunt blijft dat eerst wordt gekeken naar preventieve, mechanische en biologische maatregelen. Voor beheerders betekent dit dat kennis van de plaag, goede monitoring en een doordacht beheerplan belangrijker zijn geworden dan ooit. Ook natuurlijke vijanden kunnen helpen.

Vleermuizen eten grote aantallen volwassen kevers en verminderen daarmee de hoeveelheid nieuwe eitjes. De rozekeverdolkwesp is zelfs gespecialiseerd in het opsporen van engerlingen van de rozenkever. Door ruimte te bieden aan biodiversiteit rond sportparken kunnen deze natuurlijke vijanden een bijdrage leveren aan het beperken van plaagdruk.

Emelten en engerlingen zullen nooit helemaal verdwijnen. Dat hoeft ook niet. Een sportveld wordt vooral kwetsbaar wanneer grote aantallen larven zich kunnen ontwikkelen in een bodem die uit balans is. De beste strategie begint daarom niet met bestrijden, maar met het opbouwen van een gezonde bodem, een sterk wortelstelsel en een vitaal grasbestand. Wie regelmatig monitort, de bodem actief beheert en natuurlijke processen benut, heeft meestal minder last van grote uitbraken.

Innovatieplatform Gras Innovatieplatform Gras Klik hier voor meer informatie.

Laatste artikelen