In de rust

Wanneer de scheidsrechter afblaast voor de rust verzamelen de spelers zich bij jou, waarna jullie met zijn allen naar de kleedkamer lopen. Desnoods naar een dug-out of naar het doelgebied.

Als er geen limonade klaarstaat, zorg dan dat tegen het einde van de eerste helft al een ouder erop uit is gegaan om de kan en bekertjes op te halen. Dit scheelt kostbare minuten. Minuten waarin jij veel kunt praten. De spelers drinken, plassen, strikken veters, laten dingen bezinken. Rust is rust, de kleedkamer is geen vrijplaats om al je bevindingen over ze uit te storten. Laat ze uitrazen.

Vragen en nadenken

Je kunt het eerste commentaar door een speler laten geven en deze taak wekelijks laten rouleren

De rust is een prima moment om alle spelers tegelijk te beïnvloeden. Dit doe je door enkele vragen te stellen en ze over dingen te laten nadenken. Je kunt het eerste commentaar door een speler laten geven en deze taak wekelijks laten rouleren. Laat bijvoorbeeld de één iets zeggen over het aanvallen, de ander over het verdedigen. De aanvoerder kan het ook doen. Elke positieve bijdrage is oké.

Als laatste neem jij het woord. Begin altijd met een compliment aan iedereen, benoem de goede zaken en dan pas twee uitdagingen voor de tweede helft. ‘Goed gewerkt!’ is te algemeen. Dit is beter: ‘We hebben weinig kansen weggegeven en we stonden goed dicht bij elkaar. De spitsen deden goed mee bij het verdedigen en de middenvelders en verdedigers pakten vaak de bal af. Prima. Helaas staat het wel 2-0. Wat kunnen we zometeen nog beter doen?’

Kies twee positieve punten en twee aandachtspunten voor de tweede helft.

  • Wat ging goed in het aanvallen? ‘We hebben een doelpunt gemaakt en diverse kansen gecreëerd. Ga zo door!’
  • Wat kan beter in het aanvallen? ‘Als we achterin de bal hebben, hebben we moeite om hem bij de spitsen te krijgen. We lijden balverlies door een lange bal of in de combinatie. Wat kunnen we beter doen?’
  • Wat gaat goed in het verdedigen? ‘De verdedigers verdedigen sterk en zijn actief in het storen en proberen de bal af te pakken. Ga zo door!’
  • Wat kan beter in het verdedigen? ‘Niet iedereen doet mee met verdedigen. De tegenpartij kan gemakkelijk oprukken en heeft zo twee doelpunten gemaakt. Hoe kunnen we dit in de tweede helft voorkomen?’

Rust is rust, de kleedkamer is geen vrijplaats om al je bevindingen over ze uit te storten.

Algemeen: spelers stimuleren

  • Benoem wat er goed gaat. Negeer zoveel mogelijk wat er nog minder goed gaat, ook al ben je teleurgesteld over het wedstrijdverloop of de uitvoering van een oefening. Doen twee spelers er lang over om bij een pylon te gaan staan, negeer dat dan en complimenteer luid en duidelijk de spelers die wél snel klaar staan. Spelers die moeite hebben met luisteren, hebben dat vaak ook thuis en op school. Ze zijn minder gevoelig voor negatieve feedback en bloeien juist op bij een onverwacht compliment.
  • Concrete complimenten geven. Benoem de inzet van een speler of de uitvoering van zijn taak in plaats van het resultaat daarvan. ‘Geweldig hoe goed jij je best hebt gedaan om die bal binnen te houden.’
  • Elke persoonlijke vooruitgang waarderen. Daag de talenten in je team nog meer uit door ze extra taken te geven en ontwikkel laatbloeiers door ze op hun niveau succes te laten beleven én zet die succeservaringen in de schijnwerpers. ‘Wat goed dat je in deze wedstrijd zo vaak vrijliep.’

Verbeterpunten doorgeven

Begin met een gemeend en specifiek compliment. ‘Goed dat je in de eerste helft zo vaak op doel schoot.’ Laat dat volgen door een opdracht, keuzemogelijkheid of tip. Hoe kan iets beter? Formuleer op de toekomst gericht en doe het ook voor. ‘Buig als je zometeen schiet iets over de bal, dan gaat-ie niet meer over.’

Voel je aan dat je speler nog onzeker is? Geef nog een extra aanmoediging. ‘Laat het zien hè? Je kunt het.’


Terug naar boven