Tijdstrafregeling

In de categorie B wordt gewerkt met een tijdstrafregeling zoals hieronder aangegeven. De scheidsrechter is verplicht deze tijdstrafregeling toe te passen.

  1. Tijdstraf kan niet worden opgelegd aan elftallen die uitkomen in de categorie A van het veldvoetbal. Tot de categorie A behoren:
    • mannen veldvoetbal standaard Topklasse tot en met de zesde klasse
    • mannen veldvoetbal reserve Hoofdklasse tot en met de reserve derde klasse (voor district Zuid II ligt de grens bij de reserve vierde klasse)
    • vrouwen veldvoetbal Eredivisie vrouwen tot en met derde klasse
    • JO19 (A-junioren, JO17 (B-junioren), JO15 (C-junioren Eredivisie tot en met de eerste klasse
    • JO13 (D-pupillen) eerste divisie tot en met Hoofdklasse
  2. Een tijdstraf duurt 10 minuten. Voor alle pupillen, met uitzondering van de JO13 (D-pupillen) categorie A (geen tijdstrafregeling), geldt een tijdstraf van 5 minuten.
  3. Het opleggen van een tijdstraf heeft geen verdere gevolgen voor de betrokken speler, dat wil zeggen dat er later geen andere straf uitgesproken kan worden.
  4. Het toezicht op de speler aan wie tijdstraf is opgelegd, is in handen van de scheidsrechter. Hij houdt ook de tijd bij en noteert de naam van de speler aan wie tijdstraf is opgelegd. Als de tijdstraf om is, mag na een teken van de scheidsrechter de speler het speelveld weer betreden.
  5. Een speler moet zich op het moment dat hij een tijdstraf ontvangt ophouden buiten het speelveld, doch binnen de omrastering van het speelveld, in een door de scheidsrechter aan te geven gebied.
  6. De tijdstraf gaat in bij het hervatten van het spel. Als de scheidsrechter de tijd stil zet, staat ook de tijdstraf stil.
  7. De tijdstraf kan slechts eenmaal per speler per wedstrijd worden opgelegd bij een eerste waarschuwing. Hierbij moet de scheidsrechter wel de gele kaart tonen. Krijgt een speler een tweede waarschuwing dan volgt de rode kaart.De speler aan wie tijdstraf is opgelegd, blijft onder de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter.
  8. Een speler, aan wie tijdstraf is opgelegd, kan gedurende zijn tijdstraf niet worden vervangen.
  9. Indien aan de aanvoerder van een elftal tijdstraf is opgelegd, moet zijn taak gedurende de tijdstraf aan een andere speler worden overgedragen. Hij mag ook geen toelichting aan de scheidsrechter vragen op de genomen beslissingen.
  10. Indien een wisselspeler of de trainer/coach een waarschuwing krijgt, toont de scheidsrechter direct de rode kaart.
  11. Als een doelverdediger tijdstraf krijgt opgelegd, dan moet een andere speler zijn plaats als doelverdediger innemen. De als doelverdediger optredende veldspeler zal door het aantrekken van afwijkende kleding als doelman herkenbaar moeten zijn.
  12. Als een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken, omdat de rust aanbreekt, dan zal hij het resterende gedeelte van de tijdstraf in de tweede helft dienen te ondergaan. Is de tijdstraf van een speler nog niet om bij het einde van de wedstrijd, wordt hem de rest kwijtgescholden.
  13. Indien een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken omdat de wedstrijd wordt gestaakt, dient hij het restant te ondergaan vanaf de spelhervatting. Dit betekent dat, indien de wedstrijd alsnog uitgespeeld dient te worden op een later tijdstip, de betreffende speler aan wie een tijdstraf was opgelegd niet aan het restant van de wedstrijd mag deelnemen totdat de volledige tijdstraf is uitgezeten. Mocht deze speler niet meer aan de wedstrijd meedoen, dient een andere speler zijn tijdstraf uit te zitten.
  14. Als het aantal spelers vanwege het aantal tijdstraffen onder de 7 daalt, moet de wedstrijd worden gestaakt. Het betreffende team is dan schuldig aan het staken van de wedstrijd.
  15. Indien de wedstrijd verlengd wordt moet de speler het resterende gedeelte van de tijdstraf nog in de verlenging ondergaan.
  16. Spelers die de tijdstraf nog niet volledig hebben ondergaan bij het starten van de strafschoppenserie, mogen wel aan de strafschoppenserie deelnemen.

Terug naar boven