Er is iets mis gegaan.

Het lukt niet om de pagina die je zocht op KNVB.nl te laden.

Op dit moment is de website in onderhoudsmodus. Probeer het later nog eens.

Gebruik je een adblocker? Probeer deze uit te zetten en laad de pagina opnieuw.

De inzet van slimme technologie in voetbalstadions voor de aanpak van discriminatie en racisme

KNVB Media
KNVB Media
13 juli, 10:00

Foto:

Onlangs is het rapport “De inzet van slimme technologie in voetbalstadions voor de aanpak van discriminatie en racisme” gepubliceerd. Het betreft een verkenning naar de privacy rechtelijke kaders voor de inzet van slimme technologieën in voetbalstadions, dat de Landsadvocaat op verzoek van demissionair minister van Ark heeft uitgevoerd. Een en ander komt voort uit het plan “Ons voetbal is van iedereen. Samen zetten we racisme en discriminatie buitenspel”. Dit plan zet onder meer in op het beschikbaar maken en inzetten van slimme technologie in voetbalstadions. Dit om bij racistische of discriminerende uitingen in stadions beter vast kunnen leggen wie zich binnen een stadion schuldig hieraan maakt.

Hoofdpunten:

  1. Als de noodzaak voor de inzet van deze slimme camera’s met slimme microfoons kan worden onderbouwd en ook overigens kan worden voldaan aan de eisen die in de (U)AVG worden gesteld, wordt dit als rechtmatig gebruik van slimme technologie in voetbalstadions geacht.
  2. Slimme camera’s die over gezichtsherkenning beschikken zijn verboden.
  3. Alleen als de betrokken verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld de BVO) zich op een doorbrekingsgrond kan beroepen, is dit toegestaan. Vooralsnog is er geen dergelijke doorbrekingsgrond gevonden.

De aanpak van discriminatie en racisme met behulp van slimme technologie valt uiteen in drie fases:

  1. Signaleringsfase
  • Allereerst moet discriminatoir of racistisch gedrag worden gesignaleerd en vastgelegd.
  • Deze fase eindigt op het moment dat beelden zijn geselecteerd waaruit (een vermoeden van) discriminatoir of racistisch gedrag blijkt.
  1. Identificatiefase
  • Daarna moeten degenen die betrokken zijn bij dat discriminatoire of racistische gedrag (de mogelijke “daders”) worden geïdentificeerd.
  1. Sanctiefase
  • Tot slot moeten de daadwerkelijk bij het gewraakte gedrag aan de betrokkenen een sanctie worden opgelegd.

Inzet van slimme technologieën

  • Hoewel deze drie fases met elkaar samenhangen en in elkaars verlengende liggen, zal de inzet van slimme technologie in ieder van deze fases een ander doel dienen.
  • Deze verschillende doeleinden moeten worden onderscheiden om te kunnen beoordelen of de inzet van slimme technologie in ieder van deze fases toelaatbaar is.
  • Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende slimme technologieën die kunnen worden ingezet.
  • Het gaat in dit rapport hoofdzakelijk om beeld- en geluidopnameapparatuur (camera’s met microfoons) die technologisch vooruitstrevende functionaliteiten bevatten. Wij maken daarbij onderscheid tussen:

Verschillende camera’s in stadions:

  • De ‘gewone’ camera;
    • Dat zijn de videocamera’s die gewoonweg beeldopnames maken, zoals beveiligingscamera’s.
    • Soms maken dit soort camera’s ook geluidsopnames.
    • De inzet van ‘gewone’ camera’s is op dit moment al verplicht in stadions van BVO’s op grond van de licentie-eisen van de KNVB;
  • De slimme camera;
    • Dat zijn camera’s die in staat zijn om op basis van beelden geluidopnames discriminatoir of racistisch gedrag te herkennen, daarop in te zoomen en vervolgens dat gedrag zowel in beeld als geluid vastleggen;
  • De camera met gezichtsherkenningstechnologie;
    • Dat zijn camera’s die in staat zijn om op basis van een beeldopname (en soms ook/mede op basis van een geluidopname) van een persoon de betreffende persoon kunnen identificeren.
    • De camera maakt daarbij door middel van gezicht- en/of stemherkenningstechnologie een vergelijking tussen de persoon die wordt gefilmd en eerder verkregen referentiemateriaal.

Aan de hand van dit kader is de volgende conclusie getrokken:

Signaleringsfase

  • Tijdens een voetbalwedstrijd kunnen slimme camera’s worden ingezet die discriminatoir of racistisch gedrag signaleren en vastleggen.
  • Als de noodzaak voor de inzet van deze slimme camera’s met slimme microfoons kan worden onderbouwd en ook overigens kan worden voldaan aan de eisen die in de (U)AVG worden gesteld, achten wij dit een rechtmatig gebruik van slimme technologie in voetbalstadions.
  • Een belangrijke kanttekening is dat niet valt uit te sluiten dat met de inzet van slimme technologie strafrechtelijke persoonsgegevens worden verwerkt.
  • Daarvan is sprake als de opnames een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren.
  • Het verdient aanbeveling om met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in gesprek te gaan of het noodzakelijk is om voor deze verwerking een vergunning aan te vragen.

Identificatiefase

  • Deze slimme technologie of slimme camera’s zouden ook de functionaliteit kunnen hebben dat tijdens een wedstrijd verkregen beelden kunnen worden vergeleken met bestaand beeldmateriaal van personen, op basis waarvan de op de verzamelde beelden zichtbare personen kunnen worden geïdentificeerd (gezichtsherkenningstechnologie).
  • Daarbij is dan sprake van de verwerking van biometrische gegevens als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 14, AVG. De verwerking van biometrische gegevens betreft de verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 AVG.
  • Dat is verboden, tenzij de betrokken verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld de BVO) zich op een doorbrekingsgrond kan beroepen.
  • Vooralsnog zien wij niet een dergelijke doorbrekingsgrond. Om deze reden concluderen wij dat de inzet van deze slimme technologie in de identificatiefase niet toelaatbaar is.
  • Ook de inzet van andere slimme technologie die werkt met biometrische gegevens, zoals stemherkenningstechnologie, achten wij niet toelaatbaar vanwege het ontbreken van een doorbrekingsgrondslag.

Sanctiefase

  • Het uiteindelijke doel van het in de signalerings- en identificatiefase verkregen materiaal is dat er een sanctie kan worden opgelegd aan degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan discriminatoir of racistisch gedrag.
  • Wij concluderen in dit rapport dat de in de signaleringsfase verkregen opnames kunnen worden doorgegeven aan de desbetreffende instanties voor zover dat noodzakelijk is voor civielrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving.
  • Voor verstrekking van biometrische gegevens zien wij geen ruimte, omdat voor het aanvankelijk verzamelen van die gegevens al geen grondslag bestaat.
  • We zien daarentegen wel enige ruimte voor de daarbij betrokken partijen (waaronder de voetbalclub en de KNVB) om in het kader van de (rechts)procedure analyses in te zetten (zoals gezichts- of stemherkenningstechnologie) om de bewijswaarde van de beelden of geluidsopnamen te verhogen en daarbij bijzondere persoonsgegevens te verwerken, mits kan worden aangetoond dat de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.
  • De betreffende instanties moeten daarvoor zelf beschikken over referentiemateriaal.

Eindconclusie

  • De conclusie dat wij geen ruimte zien voor de inzet van gezichtsherkenningstechnologie in voetbalstadions, laat onverlet dat wij wel ruimte zien voor de inzet van slimme camera’s.
  • Daarmee kan discriminatoir en racistisch gedrag mogelijk in ieder geval beter worden gesignaleerd en vastgelegd.
  • Bovendien kunnen de opnames die worden vastgelegd met slimme camera’s het identificatieproces mogelijk vergemakkelijken, doordat de opnames gerichter zijn en van betere kwaliteit zijn.
  • Voor zover de inzet van slimme camera’s in de signaleringsfase tot onvoldoende verbetering leidt van de identificatiemogelijkheden in de identificatiefase, en daardoor ook tot onvoldoende verbetering van de sanctiemogelijkheden, kan worden overwogen om met een vorm van preregistratie te gaan werken om identificatiemogelijkheden van betrokkenen te verbeteren.

Bron: Tweede Kamer

Datum: 02-07-21

.


  • Tags:

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen