Jeugdledenuitstroom; dit kun je als vereniging doen om het te beperken

KNVB Media
KNVB Media
16 maart 2016, 14:58

Foto: KNVB Media

Elke twee jaar houdt de KNVB een grootschalig onderzoek naar de beweegredenen van voetballers om te stoppen als verenigingslid. Bij het recentste onderzoek staat de leeftijdscategorie 13 tot 18 jaar centraal. Ruim de helft van de gestopte voetballers (zowel jongens als meiden) stopt helemaal met sporten, terwijl 43% ervoor kiest om te blijven voetballen zonder lid te zijn van een vereniging. Er zijn veel motieven die meespelen in de beslissing van een voetballer om daadwerkelijk te stoppen.

Op een aantal motieven heeft een club nauwelijks grip, zoals blessures. Maar er zijn aspecten waar verenigingen wel degelijk op kunnen inspelen. Door vroegtijdig in gesprek te gaan en in te spelen op de behoeften van deze groep kunnen leden behouden blijven voor de vereniging. Om het stopproces goed in beeld te hebben is het nuttig om te denken in zogenoemde ‘drivers’ (motieven om te blijven voetballen) en ‘barriers’ (redenen die bijdragen aan het besluit van voetballers om te stoppen). De belangrijkste drivers en barriers zijn hieronder weergegeven. De weging van deze aspecten is voor ieder verschillend.

De meeste motieven om te blijven voetballen blijven naar mate een voetballer ouder wordt bestaan, maar gedurende de weg naar volwassenheid neemt het aantal bezwaren en de weging van deze bezwaren toe. Voor clubs ligt er dan ook vooral een rol in het beperken of wegnemen van de barriers.

Welke motieven kunnen clubs beïnvloeden?

De teamsfeer is cruciaal voor het plezier waarmee jongeren voetballen. Dat geldt nog meer voor meiden dan voor jongens. De sfeer binnen een ploeg is een aspect waar clubs een hand in kunnen hebben. Twee belangrijke pijlers hierin, die tevens hand in hand gaan, is de trainer en de prestatiedrang. Want wanneer niet iedereen hetzelfde doel nastreeft, kan er wrijving in een ploeg ontstaan. Vooral in niet-selectieteams kan het voorkomen dat niet alle neuzen dezelfde kant op staan.

Het is aan de kwaliteiten van de trainer om in te schatten wat de voetballers willen en hoe hij/zij daar mee omgaat. Vooral de sociale kwaliteiten van de trainer zijn dus van belang. Betrokkenheid bij het team en sterke sociale vaardigheden zijn de belangrijkste kwaliteiten. De voetbaltechnische eigenschappen van de trainer zijn veel minder van belang voor deze doelgroep.

Daarnaast helpt het als vereniging om, behalve aan selectieteams, ook voldoende aandacht te geven aan lagere elftallen. In sommige gevallen krijgen deze teams geen trainingspak of tas, zijn de trainingstijden ongunstig ingedeeld en wordt er geregeld geschoven met de begeleiding. Dat terwijl juist deze teams doorgaans al meer moeite hebben om het samen leuk te hebben. Ook de teamindeling kan, met name bij pubers, tot onvrede leiden. Wees daarin transparant en ga proactief in gesprek met de jongeren.

Tot slot ervaren leden de overstap van de junioren naar de senioren niet altijd als prettig. De voetballers worden verdeeld over diverse seniorenteams, waarbij de kans aanzienlijk is dat door de leeftijdsverschillen de voetbalmotivaties van de teamleden nog meer uiteenlopen. Verenigingen kunnen kijken naar een evenwichtigere verdeling van de voetballers.

De verenigingsadviseur kan helpen bij het bedenken van ideeën om de uitstroom van (jeugd)leden te beperken. Kijk ook op de speciale pagina over ledenwerving en –behoud om inspiratie op te doen over welke voetbalvormen je kunt inzetten om doelgroepen aan je vereniging te binden.

Ledenwerving en –behoud Verenigingsondersteuning

Het gehele artikel over het uitstroomonderzoek is te lezen in Sport & Strategie.

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen

Terug naar boven