Pilotclubs delen inzichten over alternatieve opleidingsmodellen voor gelijkheid in jeugdvoetbal

Sonny Sier
KNVB Media
18 juni, 20:18

In de laatste editie van de driedelige longread worden de ervaringen van deze clubs gedeeld. - Foto: KNVB Media

Het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal heeft in het eerste seizoen waarin de pilot draaide interessante inzichten opgeleverd op veel verschillende gebieden. De vier pilotclubs erkennen het belang van een gelijke behandeling van jeugdvoetballers als het gaat om faciliteiten binnen het thema teamindeling en beleid.

Daarnaast geeft de aanpak van de Zweedse club AIK een praktisch voorbeeld voor dit onderwerp. In de laatste editie van de driedelige longread, waarin eerder op basis van wetenschappelijk onderzoek werd belicht dat de voetbalontwikkeling van kinderen niet in een rechte lijn loopt, worden de ervaringen van deze clubs gedeeld. Ook worden amateurverenigingen op weg geholpen zodat teamindeling en selectiebeleid op een dusdanige manier ingevuld wordt dat het past binnen het principe van gelijkheid.

Gelijkheid in praktijk

Zoals vermeld in het tweede deel van de longread over het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal is de KNVB samen met vier amateurclubs opgetrokken om het thema teamindeling en selectiebeleid in de praktijk te onderzoeken. AVV Swift, Be Quick 1887, USV Hercules en SV Orion hebben het afgelopen seizoen de faciliteiten voor jeugdspelers zo gelijk als mogelijk verdeeld. “Wij als vereniging vonden dat wij moesten streven naar een gelijkwaardigere opleiding voor de kinderen”, vertelt hoofd opleiding van AVV Swift Milano van den Burg de aanleiding om deel te nemen aan de pilot.

Spelers uit O8 t/m O12 kregen gelijke trainingsuren, inhoud en trainings-mogelijkheden en een vergelijkbaar niveau trainers

“Je moet dan denken aan gelijke trainingsuren, inhoud en trainingsmogelijkheden en een vergelijkbaar niveau trainers. Vanaf Onder 8 tot en met Onder 12 gold voor alle jongens en meisjes dat zij gelijkere kansen kregen. Alle spelers volgden een circuittraining onder leiding van UEFA C trainers in combinatie met studenten, stagiaires en vrijwillig kader vanuit de teams zelf. Hierdoor kregen zowel de selectie- als de niet-selectiespelers dezelfde trainingsinhoud. We koppelden hier een aantal doelstellingen aan, namelijk een hogere trainingopkomst, minder uitval en meer verbondenheid tussen jongens en meiden."

Be Quick 1887 uit Groningen stelde de open training op vrijdagmiddag nog meer centraal. Voetballers uit selectie- én niet-selectieteams konden vrij meedoen aan deze training, gegeven door een gekwalificeerde trainer. “We hebben er veel energie ingestoken om ervoor te zorgen dat het elke vrijdagmiddag een voetbalfeestje was voor iedereen”, vervolgt hoofd opleiding Benjamin Sietsma. “We deelden teams van vier voetballers in op drie verschillende wijzen: geboortemaand, lengte en willekeur. Ook hebben we het principe van de selectieteams anders benaderd. Waar we voorheen een eerste en een tweede selectieteam hadden, hebben we de groepen bij elkaar gevoegd. Daarnaast kregen spelers uit de ‘basisteams’ de mogelijkheid om voor een periode aan te sluiten bij de selectiegroep. Hierdoor kreeg een grotere groep spelers de kansen om te voetballen onder gelijkere omstandigheden.”

Ouders en spelers positief

Wij zijn tevreden op de wijze waarop ouders kijken naar onze werkwijze

Sietsma gaat verder: “Waar wij tevreden op terug kijken is de manier waarop ouders kijken naar onze werkwijze. Lopende het seizoen kregen ouders van spelers van basisteams in de gaten dat wij hard werken om gelijke kansen te bieden. Dit werd niet alleen door hen gewaardeerd, maar ook door de voetballers zelf. Daarnaast is de nieuwe werkwijze met de selectiegroepen in plaats van de selectieteams goed bevallen.”

Ook SV Orion heeft teams samengevoegd. “Met de O8- en O9-lichtingen trainen we op maandag niet meer teams, maar in groepjes”, beschrijft Anne Duis, projectleider gelijke kansen van de club uit Nijmegen. “De groepen deelden we in op basis van geboortemaand, lengte of willekeur. Later hebben we geprobeerd de groepen wel in te delen op huidig voetbalniveau. Ook varieerden we in de trainers die verantwoordelijk waren voor de training, zodat ook het kader zich ontwikkelde.”

Draagvlak bij achterban

USV Hercules uit Utrecht toetste de ideeën eerst aan de achterban, voordat het plan in de praktijk werd uitgerold. “We planden meerdere onderbouwsessies waarbij alle ouders uitgenodigd werden”, belicht hoofd opleiding Matthijs Blijham het proces. “Zo maakten wij hen onderdeel van het project en kregen zij ruimte om discussies met ons en met elkaar aan te gaan. Hier kwamen zeer nuttige ideeën uit, ontstond er draagvlak én waren meer ouders bereid te participeren en een rol te vervullen binnen de club.”

Door ouders intensief te betrekken creëerde USV Utrecht draagvlak en waren meer ouders bereid te participeren en een rol te vervullen binnen de club.

Toch moesten de pilotclubs ook hobbels nemen voor het iedereen de plannen omarmde. Zo waren bij AVV Swift in de eerste seizoenhelft nog niet alle betrokkenen overtuigd. “Veel mensen redeneren toch vanuit het belang van hun eigen kind.” Bij USV Hercules waren er aanvankelijk zorgen of het principe van gelijke kansen niet ten koste zou gaan van de ontwikkeling van de kinderen uit de selectieteams. “Ouders uitten daar hun twijfels over. Maar toen het plan eenmaal draaide, konden we die aanname weerleggen. Gelukkig zagen de ouders dit zelf ook.” Doordat SV Orion teams samenvoegde, trainden de trainers van de club niet meer een vast team, maar een grotere groep. ,,Het was voor hun een omschakeling om het eigen team los te laten. Maar ook zij vonden al snel het plezier in het geven van training aan wisselende groepen.”

Volgend seizoen

Nu het eerste seizoen van de pilot achter de rug is maken de clubs de balans op. “Kinderen vinden het leuk om ook met kinderen van andere teams te voetballen. De hokjescultuur die volwassenen vaak ervaren, is bij kinderen helemaal niet aan de orde”, belicht Blijham van USV Hercules. “Wat het kader betreft hebben wij voor het volgende seizoen geen trainers meer die alléén de selectie training geeft. Er is een gediplomeerde hoofdtrainer die verantwoordelijk is voor de organisatie van een leeftijdscategorie. Deze persoon ondersteunt dan juniorentrainers, stagiaires en ouders die de trainingen geven. Daarnaast is de interne competitie van de O8 volledig gelijkwaardig ingedeeld. Alle acht de teams zijn dus ongeveer even sterk.”

De hokjescultuur die volwassenen vaak ervaren, is bij kinderen helemaal niet aan de orde

AVV Swift merkt vooral meer verbintenis tussen alle betrokkenen. ”Kinderen hebben meer vrienden gemaakt dan ooit en de opkomst is aanzienlijk hoger geweest dan de afgelopen jaren. Ook trainers en coaches weten elkaar sneller te vinden. Eventuele uitdagingen, zoals het opvangen van een mogelijk spelerstekort, is daardoor snel op te vangen. Ook de betrokkenheid tussen de jongens en meisjes is verbeterd. De wijze van benadering en het met elkaar spelen is net zoals zij dat gewend zijn op school. De kinderen hebben ook veelal dezelfde oefenstof gekregen. Hierin merken wij dat wij in staat zijn om teams steeds op een hoger niveau, met elkaar te kunnen laten spelen.”

Plezier altijd voorop

Alle vier de verenigingen zijn het er over eens dat het bieden van gelijke kansen aan jeugdvoetballers de beste manier is om voetballers in elk geval tot twaalf jaar te laten voetballen. ,,Bedenk als verenigingen altijd wat je de voetballer of voetbalster kunt bieden. Of zij nu op jonge leeftijd al boven het gemiddelde uitsteken of niet. Het plezier moet voorop staan. Altijd”, benadrukt Benjamin Sietsma van Be Quick. “Zijn er verschillen? Dat hoeft geen probleem te zijn. Het vergt voldoende tijd, energie en aandacht om in iedereen het beste in zich naar boven te halen.”

Ook clubs met relatief weinig teams kunnen ervoor zorgen dat iedereen evenveel aandacht en mogelijkheden krijgt

Volgens Duis van SV Orion is de grote van de club niet van belang om te werken volgens het principe van gelijke kansen. “Ook clubs met relatief weinig elftallen kunnen ervoor zorgen dat iedereen evenveel aandacht en mogelijkheden krijgt om de voetbalkwaliteiten te ontwikkelen. Het gaat erom dat je de stap durft te nemen om voetballers gelijke kansen te bieden."

Resultaten

Zoals uit bovenstaande blijkt hebben de verenigingen de uitvoering van het principe van gelijkwaardigheid op verschillende manieren ervaren. Uit onderzoek dat verricht is onder verschillende betrokkenen bij het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal komen interessante resultaten naar voren.

Verenigingen willen met behulp van het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal de verschillen in facilitatie tussen individuen weghalen door iedere speler een gelijkwaardige opleiding te geven en de beleving op trainingen te verhogen.

Mixtrainingen

Daarnaast worden er extra mixtrainingen georganiseerd aan de hand van circuitvormen. Bij de mixtrainingen spelen verschillende jeugdvoetballers gemixt samen. Trainers passen spelregels toe zodat iedereen passende weerstand krijgt. Bij de mixtrainingen is dit seizoen een toename van belevenis zichtbaar. Een breedtespeler zegt het volgende over de mixtrainingen: “Ja, ik vind het mixen leuk. Je kunt leren van voetballers die beter zijn. Als zij iets doen wat ik nog niet kan, dan probeer ik diegene na te doen.”

Het lerende karakter van mixtrainingen heeft een positief effect op de beleving van kinderen.

Daarnaast vallen hierdoor meer spelers op bij trainers, die door het bewustzijn van bijvoorbeeld het geboortemaandeffect anders naar spelers zijn gaan kijken. Met het hanteren van een circuitvorm op trainingen voelen spelers zich serieuzer genomen doordat zij aanwijzingen van meerdere trainers krijgen. Ook is er een sterke toename in opkomst van spelers en betrokkenheid van ouders. Toch blijkt het niveauverschil ook een drempel. Een gedeelte van de spelers ervaart het niveauverschil als een negatieve factor voor deelname.

Naast spelers zijn de ouders ook bevraagd over het Gelijke kansen jeugdvoetbal project. Tussen die doelgroep kunnen er verschillen in belevenis ontstaan. Een gedeelte van de ouders zien hun kinderen graag op een zo hoog mogelijk niveau voetballen en ervaren het gevoel dat dit hierdoor ten koste gaat. Een ander deel benadert het vooral vanuit het hebben van plezier van hun kind. Zij zien een gelijkwaardige training als middel daartoe, waarna ontwikkeling automatisch volgt.

AIK Stockholm: een stille revolutie

Toch zijn er al clubs die het principe van gelijke kansen volledig omarmd hebben. De Zweedse club AIK Stockholm heeft in de beginfase van de opleiding de faciliteiten voor iedereen gelijk getrokken. AIK is een betaald voetbalorganisatie, maar organiseert de club als een amateurclub. Dat wil zeggen dat iedereen die binnen een straal van twintig minuten reisafstand van de club woont zich kan aanmelden. Vanaf de Onder 8 spelen er dan ook zo'n honderd jeugdspelers in elk geboortejaar tot en met de Onder 12. Teams worden in het beginsel ingedeeld op postcode, waardoor kinderen in één team zitten met klasgenoten en vrienden uit de buurt. Ook de rangschikking is weggenomen. Daarnaast kan elke voetballer op elk gewenst moment deelnemen aan een training. Een afvaardiging van de KNVB bracht onlangs een bezoek aan AIK Stockholm en verdiepte zich in deze zegenoemde ‘Quiet revolution’.

AIK besloot het blikveld te verruimen en zich te richten op élke jeugdspeler in Stockholm

AIK Stockholm verbaasde zich een aantal jaren geleden over de zogenaamde ‘race to the bottom’: het steeds vroeger selecteren van kinderen met als doel deze in een rechte lijn op te leiden tot wereldtoppers. Als professionele club trok AIK Stockholm zich dit aan. Onder leiding van Mark O’Sullivan (PhD Research van Sheffield Hallam UK) en Dennis Hörtin (Head of research en development bij AIK) besloot het een plan uit te rollen om te stoppen met het gebruik van selectieteams en het scouten van spelers die op dat moment voor het oog boven de rest uitstaken. Daarentegen werd besloten om het blikveld te verruimen en zich te richten op élke jeugdspeler in Stockholm.

Jeugdteams worden bij AIK ingedeeld op basis van postcode, zodat kinderen met meer vrienden en bekenden in één team zitten.

Inmiddels is er een wachtlijst ontstaan en wordt geadviseerd om bij de lokale club te blijven voetballen wanneer de speler op een relatieve afstand woont. Ook in een later stadium van de opleiding is er ruimte om in te stromen. De jongste teams worden voor het spelen van wedstrijden ingedeeld op postcode. Want, zo beredeneert de club: kinderen die bij elkaar in de buurt wonen kennen elkaar, hebben een grotere kans om vrienden of vriendinnen te zijn of te worden en gaan dezelfde basisschool.

Alle vorm van hierarchie is weg. Er bestaan geen eerste of tweede teams meer, maar er wordt gelabeld via kleuren. Daarnaast zijn de trainingen open voor iedereen. Er worden willekeurige groepen geformeerd op basis van leeftijd. Deze groepen krijgen training van competente trainers. Die training vindt plaats op hetzelfde veld, hetzelfde tijd en onder dezelfde trainers.

Selectie vanaf dertien jaar

Pas vanaf dertien jaar vindt er een eerste selectie plaats. Spelers die op dat moment kwalitatief in het oog springen worden gevraagd om deel uit te maken van de profopleiding van AIK. Binnen de profopleiding wordt van de kinderen verwacht dat zij zich dan ook volledig op voetbal focussen. De voetballers die ‘buiten’ deze selectie vallen, kunnen bij de basisafdeling van AIK door blijven voetballen en maken gebruik van dezelfde faciliteiten als daarvoor. Ook kunnen kinderen ervoor kiezen om binnen de visie van AIK een andere sport te proberen.

As many as possible, as long as possible, as good as possible. Dat is het uitgangspunt van AIK

De zogenoemde ‘quiet revolution’ is inmiddels een aantal jaren van kracht. AIK is tevreden over de weg die is ingeslagen. Ook de ouders van de jeugdspelers hebben het principe volledig omarmd. Niet in de eerste plaats omdat zij structureel worden betrokken bij de werkwijze van de club. Het overgrote deel van de ouders ervaart dat hun kind veel meer plezier aan voetbal beleeft en gemotiveerd is om te trainen en wedstrijden te spelen.

AIK stelt met zijn werkwijze het welzijn van de kinderen voorop. Dit principe loopt parallel met het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat is opgesteld door de Verenigde Naties. Het uitgangspunt: as many as possible, as long as possible, as good as possible. Met dit gelijkheidsprincipe kiest AIK voor een werkwijze dat samengaat met het grille en onvoorspelbare karakter van de ontwikkeling van een voetballer.

 
 

De KNVB bracht een bezoek aan AIK om te ervaren hoe de 'quiet revolution' in de praktijk wordt uitgevoerd.

Blogs Mark 'O SullivanMark 'O Sullivan houdt in diverse blogs de vorderingen in zijn werkzaamheden en onderzoek bij.

Samenvatting en vooruitblik

De conclusie die na de drie longreads over het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal valt te trekken is dat de ontwikkeling van jeugdvoetballers uiterst grillig is. Hoewel vaststaat dat jeugdvoetballers in huidig voetbalkwaliteit van elkaar kunnen verschillen, geeft dit uitgangspunt geen enkele garantie voor het eindpunt van de ontwikkeling. De potentie van jonge voetballers is vrijwel onmogelijk om in te schatten. Eén opleidingsmodel dat rechtdoet aan de onvoorspelbaarheid van een jeugdspeler, is dus haast niet uit te tekenen.

Erkenning van dit principe uit zich in de volgende handelingen:

  • Gelijkheid aanbod in: trainingsfaciliteiten, -frequentie, -programma en begeleiding;
  • Geen selectie op basis van een individuele benadering. Hiermee wordt voorkomen dat slechts een kleine groep spelers beinvloed wordt. Er wordt daarentegen gekozen voor de collectivistische benadering;
  • Het creëren van een veilig en pedagogisch klimaat waarin er voorzien wordt in de behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid.

Tijdens de inloopbijeenkomst bij AVV Swift deelden de verenigingen kennis en ervaringen met elkaar over het principe van gelijke kansen.

Hierdoor wordt voetballen aangeboden op een manier waarin het principe “zo veel als mogelijk, zo lang als mogelijk en zo goed als mogelijk” voor iedere jeugdspeler centraal staat.

De KNVB blijft, samen met amateurverenigingen die zich hebben aangesloten, onderzoek doen naar alternatieve modellen die clubs kunnen helpen bij het opleiden van voetballers. De afgelopen maanden zijn er veel verenigingen geweest die zich bij de KNVB en/of de projectclubs hebben gemeld voor meer informatie en praktische kennis over de mogelijkheden van het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal voor hun vereniging. Ook is er tijdens een aantal inloopbijeenkomsten bij de projectclubs georganiseert waar verenigingen uit de regio op af kwamen. Tijdens deze interactieve sessies zijn de mogelijkheden en uitdagingen besproken bij het invoeren van het principe van gelijke kansen. Met pilotclubs op zoek naar alternatieve modellen voor gelijkheid in jeugdvoetbalLees hier deel 2 van de driedelige longread over het project Gelijke Kansen Jeugdvoetbal.

Gelijke Kansen Jeugdvoetbal: De onvoorziene gevolgen van vroeg selecterenLees hier deel 1 van de driedelige longread over het project Gelijke Kansen Jeugdvoetbal.

Dit was het laatste deel van de driedelige longread over het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal. Aan deze longread hebben meegewerkt: Milano van den Burg, Anne Duis, Benjamin Sietsma, Matthijs Blijham. De totale driedelige longread komt van de hand van het kernprojectteam, bestaande uit: Jorg van der Breggen, Jan Verbeek, Patrick Bras en Sonny Sier.

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen

Terug naar boven