Met pilotclubs op zoek naar alternatieve modellen voor gelijkheid in jeugdvoetbal

KNVB Media
KNVB Media
28 mei, 11:15

In deel tweede van de driedelige longread over het project Gelijke Kansen Jeugdvoetbal gaan we dieper in op de wijze van onderzoek van het project. - Foto: KNVB Media

Voor het project Gelijke kansen jeugdvoetbal stond het seizoen 2018/’19 vooral in het teken van onderzoek doen. Het doel van die onderzoeken was vooral om een beeld te krijgen van hoe teamindeling en selectiebeleid bij amateurverenigingen wordt ingericht en ervaren. Daarom is de KNVB samen met vier amateurverenigingen opgetrokken om het thema teamindeling en selectiebeleid in de praktijk te onderzoeken.

In dit tweede gedeelte van de longread over het project Gelijke kansen jeugdvoetbal wordt daar dieper op ingegaan. Specifiek gaat dit over de onderzoeken die bij SV Orion in Nijmegen, AVV Swift in Amsterdam, USV Hercules in Utrecht, en Be Quick 1887 in Groningen zijn uitgevoerd. In deel één van de longread is er vooral uiteengezet in welke mate het selecteren van jeugdspelers onvoorziene gevolgen kan hebben voor de kansen die jeugdspelers krijgen om zichzelf verder te ontwikkelen en met plezier te blijven voetballen. Daarbij is vooral gebruik gemaakt van (wetenschappelijke) onderzoeken die er steeds meer op wijzen dat vroeg selecteren onnodig en soms ook oneerlijk kan zijn. 

De KNVB is samen met vier amateurclubs opgetrokken om het thema teamindeling en selectiebeleid in de praktijk te onderzoeken

Uiteindelijk, zo is ook in november bij de aankondiging van dit project gecommuniceerd, moet het project leiden naar een alternatief voor het huidige selectiebeleid wat gangbaar is in het jeugdvoetbal; één die meer recht doet aan de onvoorspelbare (voetbal)ontwikkeling van jeugdspelers en hen daarbij gelijke kansen geeft om hun potentie volledig te benutten.  

Project: meer gelijke kansen voor alle jeugdvoetballersIn november 2018 publiceerde de KNVB voor het eerst over het project Gelijke kansen jeugdvoetbal.

Selecteren creëert verwachtingen 

Om aan die doelstelling te voldoen is zoals hierboven beschreven in het seizoen 2018/’19 gestart met het doen van (veld)onderzoek naar de huidige manier van selecteren. Er is daarbij in eerste instantie gekeken naar de samenstelling van de zogenaamde selectie- en niet-selectieteams (ook wel breedteteams of recreatieteams genoemd) op basis van de verdeling van de geboortedata. In het eerste gedeelte van deze reeks aan artikelen is al het zogenaamde ‘geboortemaandeffect’ benoemd. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er bij het indelen van teams een oververtegenwoordiging is van jeugdspelers die in de eerste maanden van het jaar zijn geboren. In veel gevallen ligt de lichamelijke voorsprong (groter, sterker, sneller) van de oudere speler ten opzichte van de jongere speler hieraan ten grondslag. Deze voorsprong brengt meer kansen om geselecteerd te worden.

In veel gevallen ligt de lichamelijke voorsprong van de oudere speler ten opzicht van de jongere speler ten grondslag aan het indelen van teams.

Een blik op de selectie- en niet-selectieteams van de pilotverenigingen bevestigt deze stelling. Uit de analyse van de verdeling van de geboortedata van spelers blijkt dat er binnen de selectieteams van de verenigingen een scheve verdeling is wat betreft de spelers geboren in de eerste helft van het jaar (geboortekwartalen Q1 en Q2) en de tweede helft van het jaar (geboortekwartalen Q3 en Q4). Dit terwijl er in zogenaamde breedteteams een tamelijk gelijke verdeling van geboortekwartalen is. Dat dit geboortemaandeffect echter een complexer probleem is dan alleen de oververtegenwoordiging van bepaalde spelers in teams, blijkt uit het vervolgonderzoek. 

Bij selectieteams is een schevere verdeling zichtbaar wat betreft spelers die in geboortekwartalen Q1 en Q2 geboren zijn ten opzichte van de spelers geboren in de geboortekwartalen Q3 en Q4. 

Een recent theoretisch model laat namelijk zien dat er een ander effect ontstaat, namelijk een zogenaamd Pygmalion effect. Wanneer talent wordt aangemerkt, stijgt het zelfvertrouwen van de speler. Hierdoor presteren zij beter en ontstaat er een verwachtingspatroon bij de trainers, coaches en ander technisch kader. Deze verwachtingen van spelers hangen nauw samen met het geboortemaand, zo blijkt uit recent Spaans onderzoek. In deze studie zijn trainers en coaches gevraagd naar het vertrouwen dat ze hebben in de potentiele voetbalkwaliteiten van spelers. Het bleek dat het geboortekwartaal voor een groot gedeelte verklarend was voor de score die bepaalde spelers kregen voor wat betreft het verwachtingspatroon van de coach in hun kwaliteiten.

In het project Gelijke kansen jeugdvoetbal is door middel van vragenlijsten een vergelijkbaar onderzoek gedaan. Hierbij was de insteek om inzicht op te doen over de mate van onzekerheid voor trainers en coaches om een voorspelling te doen over het toekomstige niveau van hun spelers. Dit onderzoek is gebaseerd op een studie uit het Duitse handbal, waarin trainers en coaches werden gevraagd om een voorspelling te doen welke speelsters op latere leeftijd op het hoogste niveau zouden spelen.

Coaches werden gevraagd om een voorspelling te doen over het uiteindelijke niveau van talenten. 25% van die voorspellingen bleek naderhand foutief te zijn

Ook werd hen gevraagd om de drie meest getalenteerde spelers uit het team te benoemen en de mate waarin zij zeker waren van die inschatting. Naderhand bleek ongeveer 25% van die voorspellingen foutief. Zoals benoemd hebben we hetzelfde soort onderzoek uitgevoerd onder de trainers en coaches in het project. Omdat het uiteindelijke niveau van de spelers in het huidige project nog niet bekend is, kan er pas over een aantal jaren uitspraak gedaan worden over hoe goed de voorspellende gave is geweest van de huidige groep trainers.

Voorspellen potentieel niveauStudie onder Duitse handballers liet zien dat trainers die gevraagd werden een voorspelling te doen over het uiteindelijke niveau, deze voor ongeveer 25% foutief was.

Wat in ieder geval wel opviel aan de voorspelling is dat ook hier weer het geboortemaandeffect een belangrijke en verklarende factor is. Voor de top 3 van iedere trainer is gekeken naar wanneer de speler geboren is. Wanneer die procentuele verdeling naast de procentuele verdeling van geboortekwartalen van het gehele team werden gelegd, valt op dat zelfs in zogenaamde selectieteams de geboortedatum nog een grotere verklarende factor is in de voorspelling van de coaches dan binnen de breedteteams. Met andere woorden: binnen de selectieteams lijkt het pygmalion effect een nog prominentere rol te spelen. Dit geeft eens te meer aan hoe lastig voorspellingen over potentieel eindniveau zijn en dat selecteren met als doel de ‘grootste talenten’ extra te bedienen gevaarlijk kan zijn.

Bij het voorspellen van talent blijkt dat geboortedatum vooral bij de selectieteams een promintente rol speelt. Spelers uit Q1 en Q2 worden sneller als 'talent' bestempeld als spelers uit Q3 en Q4.

Alternatieve modellen 

In het ‘gelijkheidsbeginsel’, wat centraal staat in het project Gelijke Kansen jeugdvoetbal van de KNVB, wordt gestreefd naar gelijke kansen. Dat wil zeggen dat er wordt aangedrongen op dezelfde mate van gebruik van faciliteiten voor jeugdspelers. Echter respecteert het project tegelijkertijd dat er niveauverschillen tussen jeugdspelers kunnen zijn. Immers, het zijn kinderen: unieke jeugdspelers die elk ten opzichte van elkaar verschillen. Soms in uiterlijke en fysieke kenmerken en soms in niveau. Het doel van selectiebeleid is om jeugdspelers op het juiste niveau met elkaar te laten trainen en spelen.  

— Een teamindeling die meer samenhangt met wat jeugdspelers drijft om te voetballen is mogelijk een alternatieve wijze van indelen. 

Daarentegen is uit het eerste gedeelte van deze reeks van artikelen gebleken dat het begrip ‘niveau’ lastig, zowel objectief als eerlijk, te herkennen is. Dat roept op tot een alternatieve wijze van indeling: één die wellicht meer samenhangt met wat jeugdspelers drijft om te voetballen. Een die meer aansluit bij hun motivatie. Volgens onderzoekers Deci & Ryan zijn er verschillende soorten motivatie waarom mensen op een bepaalde manier handelen. Daarbij is de meest gebruikelijke onderscheiding in motivatie die van intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie.  

Motivatie 

Om kinderen met plezier te laten voetballen is het belangrijk de intrinsieke motivatie zo hoog mogelijk te houden. Dit kan wanneer er aan drie psychologische basisbehoeften wordt voldaan op basis van de zelfdeterminatietheorie. Ieder mens heeft namelijk de behoefte aan autonomie, een gevoel van competentie en een relatie.

ZelfdeterminatietheorieBekijk hier meer over het meest bekende werk van Deci & Ryan rondom de zelfdeterminatietheorie (ZDT) uit 2000.

Hoe die zelfdeterminatietheorie van invloed kan zijn op de intrinsieke motivatie en vervolgens het gedrag van kinderen, blijkt uit recent onderzoek uit Noorwegen. Deze studie toonde aan dat de mate van autonomie die ervaart wordt samenhangt met de hoeveelheid extra trainingen van jeugdspelers. De projectverenigingen die meedoen aan het project Gelijke kansen jeugdvoetbal hebben allen op hun eigen manier een extra ‘instuif’ trainingsmoment gecreëerd; een moment waarop iedereen die wil, welkom is om extra te komen voetballen.

Uit onderzoek onder de jeugdspelers van de pilotclubs viel op dat juist de ervaren mate van autonomie de laagst scorende factor was. Gemeten door middel van de The Sport Climate Questionnaire – SCQ (de korte versie) bleek dat de meeste spelers het gevoel hadden dat de trainer niet naar hen luisterde wanneer de spelers het op hun eigen manier wilden oplossen en dat de trainer hen weinig aanmoedigt om vragen te stellen. Daarentegen ervaarden de spelers wel een hoge mate van competentie: de trainer toont dat hij vertrouwen heeft in de voetbalkwaliteiten van de spelers.

Psychologische basisbehoeftenDe Noorse onderzoekers bestudeerden het gehele seizoen de drie psychologische basisbehoeften. De mate van ervaren autonomie bleekt het best te voorspellen hoe vaak spelers extra gingen trainen.

Onderzoek pilotclubs 

Ook vanuit een meer kwalitatief perspectief is het thema van selecteren onderzocht. Daarom is in het pilotproject bij de vier amateurverenigingen ook aan trainers, jeugdspelers en ouders gevraagd hoe ze aankijken tegen selectiebeleid en het principe van gelijkwaardigheid in kansen.

Opzet kwalitatief onderzoek pilotclubs project Gelijke kansen jeugdvoetbal

Bij de vier pilotclubs van het project Gelijke kansen jeugdvoetbal is er kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Door middel van een semigestructureerd werkwijze is er uitgebreid ingegaan op een aantal onderwerpen: 

  • Hoe de uitvoering van het principe van gelijkwaardigheid door de verschillende doelgroepen wordt ervaren; 
  • Hoe er tegen dit principe wordt aangekeken; 
  • Wat de merkbare effecten zijn door de uitvoering van dit principe 
  • Hoe de toekomstige seizoenen worden vormgegeven. 

Participanten

In totaal zijn er voor dit onderzoek veertien van die interviews afgenomen en is er gesproken met meer dan veertig personen, bestaande uit projectmedewerkers die elk bij hun vereniging nauw contact onderhouden met de KNVB en trainers die training geven aan zowel selectie- als breedteteams. Naast individuele interviews zijn er per vereniging focusgroepen georganiseerd voor jeugdspelers en ouders. De jeugdspelers, zowel actief in selectie en breedteteams en afkomstig uit verschillende leeftijdscategorieën, werden ondersteund door zijn of haar ouder om zo een vertrouwde omgeving te creëren. De focusgroep heeft daarnaast als bijkomend voordeel dat er thema’s door middel van discussie meer uitgediept kunnen worden. 

Uitvoering

De uitvoering van het Gelijke kansen principe stond centraal als thema. Zo werden er vragen gesteld over doelstellingen en de samenwerking met andere doelgroepen binnen de vereniging. Voorbeelden van vragen zijn onder andere: “Hoe betrek je het technisch kader in de uitvoering van gelijke kansen?” en “Hoe sta je als trainer tegenover de uitvoering van gelijke kansen?”, “Hoe zorgen jullie als trainers ervoor dat iedereen dezelfde aandacht krijgt?”.

Belevenis

Ten tweede werd er uitgebreid gesproken in de focusgroep met jeugdspelers en ouders over de belevenis van selectie en gelijke kansen. Daarbij werden er vragen gesteld over hoe zij het samenspelen ervaren met verschillende teams, wat de belangen zijn selectie- en breedtespelers en selectie- en breedteouders en hoe de ouders tegen de uitvoering van gelijke kansen aankijken.

Merkbare effecten

Als laatste is er ook nog navraag gedaan naar merkbare effecten door de uitvoering van het ‘gelijkheidsbeginsel’. Voorbeeld van vragen die werden gesteld over de merkbare effecten: “Wat zijn de grootste verschillen tussen de uitvoering van gelijke kansen en het reguliere selectiebeleid?” en “Hoe zouden jullie het vinden als er geen onderscheid meer wordt gemaakt in selectie en niet-selectie?”. 

De conclusies van dit onderzoek zullen terugkomen in het laatste gedeelte van deze drieluik longread artikelen. Daarbij worden de resultaten uit het onderzoek besproken, waarbij ook de projectverenigingen en een gerenomeerde Zweedse jeugdopleiding die er al meerdere jaren een model van gelijke kansen op nahoudt aan het woord komen. Iedere vereniging zal het licht laten schijnen over het eerste seizoen Gelijke kansen jeugdvoetbal waaraan ze hebben deelgenomen. Hoe hebben zij het gelijkheidsbeginsel en de vraagstukken rondom teamindeling praktisch aangepast en hoe hebben zij dit ervaren? 

Meer en meer clubs

Een mooi neveneffect is dat er gedurende het seizoen steeds meer verenigingen zich melden om aan de slag te gaan

Los van de resultaten die in het laatste stuk uitvoerig zullen worden besproken, blijft het een uitdaging om exacte antwoorden te geven op de vraag hoe je gelijke kansen kunt nastreven voor alle jeugdspelers. De kleine steekproef en de relatief korte periode waarin de KNVB in het seizoen 2018/’19 onderzoek heeft kunnen doen, doet vermoeden dat de resultaten lastiger te generaliseren zijn. Een mooi neveneffect van het project en de bekendheid hieromtrent is dat er gedurende dit seizoen meer en meer amateurverenigingen zich melden om aan de slag te gaan met dit onderwerp. Dit geeft aan dat het onderwerp leeft en het stelt de KNVB in staat om, samen met het gehele voetballandschap, te kijken of en welke alternatieve modellen er mogelijk zijn. Eén die rechtdoet aan het principe om zoveel mogelijk spelers zo lang mogelijk met plezier te laten genieten van voetbal. Alleen daarmee stellen we alle jeugdspelers nog meer in staat om zijn of haar potentie volledig te benutten en met plezier te blijven voetballen.  Gelijke Kansen Jeugdvoetbal: De onvoorziene gevolgen van vroeg selecterenLees hier deel 1 van de driedelige longread over het project Gelijke Kansen Jeugdvoetbal.

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen

Terug naar boven