Hé scheids! De coryfeeën

KNVB Media
KNVB Media
16 december, 12:55

Redacteur Robbert Minkhorst neemt de proef op de som. - Foto: KNVB Media

Steeds sneller, steeds makkelijker ook, is de scheidsrechter Kop van Jut. Beschimpt, belaagd en betast. Wie respecteert de scheidsrechter nog? En hoe leuk is het dan om er een te zijn - of te worden? Journalist Robbert Minkhorst neemt de proef op de som.

Iedereen heeft het tegenwoordig over het koppel Hakim Ziyech en Quincy Promes bij Ajax, en je had natuurlijk ooit de gulden tandem van Wim Jonk en Dennis Bergkamp in Amsterdam, maar er bestond ook zo’n twee-eenheid in de top van het amateurvoetbal, ongeveer een jaar of vijftien geleden.

Klassieker in het amateurvoetbal

Samen stonden ze aan de aftrap, deze zaterdag in Noordwijk, Hendrik van Beelen en Maarten Bak. Kampioenen van Nederland. ,,Ik zou eigenlijk nu een foto moeten maken’’, flapte ik eruit. Was het slim om dat te zeggen? Ik voelde me gezegend, die dag. Noordwijk tegen Quick Boys, een klassieker in het amateurvoetbal, maar vandaag dan Noordwijk 3 tegen Quick Boys 4, een reprise van vijftien jaar geleden. Niet 22 bierbuiken, maar echte oude sterren.

Ik zou eigenlijk nu een foto moeten maken, flapte ik eruit. Was het slim om dat te zeggen?

Hendrik van Beelen en Maarten Bak werden kampioen van Nederland bij de amateurs, in 2004. Er speelden meer grootheden uit het grandioze verleden van de Katwijkse club mee. Bennie van Fruchten, ooit spits en een innemend Leids ventje uit het eerste van Quick Boys, nu keeper geworden vanwege kapotte knieën. Eef Schoneveld, of Ephraïm Schoneveld, zoals de wedstrijdsecretaris steevast op het wedstrijdformulier zette, om al dan niet te refereren aan de christelijke signatuur van Quick Boys, of die van Eefs familie (of en en, natuurlijk).

Onversaagbare middenvelder

Sander van der Horst, de onversaagbare middenvelder van weleer, Mark en Marco van der Plas, jongens die aan het eerste elftal roken, maar uiteindelijk nooit doorbraken, en natuurlijk Hans van der Plas, hoewel hij nadrukkelijk van een generatie eerder was – in mijn tijd als sportverslaggever van het Leidsch Dagblad kende ik hem alleen maar van de overlevering, en als bestuurslid van de Katwijkse club.  Niet als onvermoeibare back van een andere gouden generatie van Quick Boys.

En bij de tegenstander, Noordwijk, voetbalden ook helden van een verleden, en grofweg ook uit datzelfde verleden. Mike Zonneveld stond bij de opstelling, die het profvoetbal haalde, en bij PSV, NAC, NEC, Go Ahead en Ajax (in de jeugd) speelde, Stefan Mertens, de klassieke nummer tien (hoewel hij jaren met rugnummer 9 speelde), keeper Robert Spaan, en verder een keur aan oud eerste-elftal-spelers, die in de hoofdklasse voetbalden toen de hoofdklasse nog het allerhoogste amateurniveau was.

Clash van grootheden

Te midden van dit sterrenensemble liep ik, de scheidsrechter. Daarin school direct ook het gevaar. Deze voetballers interviewde ik, en Hendrik van Beelen en Mike Zonneveld meerdere keren zelfs, als sportverslaggever van het Leidsch Dagblad. Ik wist wie zij waren, maar zij wisten ook nog wie ik was geweest – een bevestiging waar ik overigens met grote smart op hoopte. Als oud-sportjournalist, in elk geval deze ijdele oud-sportjournalist, wil je herinnerd worden, niet vergeten. Je kon dit treffen zien als een reünie, of een feestje, maar het was natuurlijk ook gewoon een wedstrijd. Keihard een wedstrijd, waar behalve de overwinning ook prestige, ego’s en onderlinge vendetta’s werden bestreden.

Hoe moest ik hierbinnen opereren, wetende dat ik bij voorbaat al genoot van deze clash van grootheden?

Hoe moest ik hierbinnen opereren, wetende dat ik bij voorbaat al genoot van deze clash van grootheden? De wat roerige jaren van Quick Boys – gedoe rondom belastingontduiking, racisme en slechte prestaties – en mijn rol als kritisch sportjournalist daarbij maakten dat de Katwijkse club en ik een wat ambivalente verhouding tegenover elkaar hadden. Maar de complicerende factoren waren juist dat de spelers van Noordwijk heel nadrukkelijk uitstraalden dat zij wars waren van allerhande poeha, plus dat sommigen van hun ook niet de kwaliteiten hadden van de voormalige vedetten, en ook nooit hebben gehad. Dát maakte dat ik me soms wat ongemakkelijk voelde. Stuurse blikken en uitgesproken verwijten dat ik me ‘liet inpakken’ maakten het er niet beter op.

Winnaarsmentaliteit

Daarbij wisten ze bij Quick Boys haarfijn waar de zwakke plekken van de tegenstander zaten. Je kunt topvoetballers uit de top van het amateurvoetbal halen, maar daarmee zijn ze nog niet hun winnaarsmentaliteit kwijt. Hoewel door twee keer knullig balverlies Quick Boys al snel in een zetel zat, bleven spelers zuigen, hun tegenstander en mij uitdagen, puur om de wedstrijd en mij naar hun hand te zetten. Ik ontdekte dat Maarten Bak op een lager niveau dezelfde klier was die hij ooit als eerste elftalspeler was. Hij pestte de laatste man negentig minuten lang om zijn matige voetbalkwaliteiten, en ik gunde die laatste man zijn moment toen hij Bak vlak voor tijd doelbewust van de sokken liep in het strafschopgebied – de scheidsrechter in mij floot voor een penalty, de mens in mij vergat een gele kaart te geven.

Maar ook genoot ik, van zoveel voetbalvernuft, zoveel automatismen, van zoveel fanatisme, aan beide zijden. En in het bijzonder misschien van Hans van der Plas, toch al ruim in de vijftig, die brutaal ‘hoog’ als linksback ging staan. Een jonge hond, als een Nicolas Tagliafico van Ajax.

Robbert Minkhorst

Twitter: @LD_mink #ikwordscheidsrechter

Gerelateerd nieuws

Laatste artikelen

Om je bezoek aan onze websites optimaal te laten verlopen, maken wij gebruik van cookies. Cookies om het verkeer over onze sites te analyseren en cookies om (advertentie)inhoud te personaliseren en sociale media content aan te bieden. Natuurlijk vinden wij je privacy belangrijk, daarom kun je deze cookie-instellingen zelf beheren. Hoe wij omgaan met de gegevens die op basis van de geplaatste cookies verkregen zijn, leggen wij uit in onze cookie- en privacyverklaring.