2 tegen 2 op 2 kleine doeltjes

O14 & O15
4 - 8 spelers
¼ veld

Doel

Voorkomen van doelpunten verbeteren.

Organisatie

  • Lengte: 20/30 meter
  • Breedte: 10/15 meter
  • De aanvallers dribbelen met de bal het veldje in (eventueel inspeelpass van de verdedigers naar de aanvallers)
  • De verdedigers proberen de onderlinge afstanden klein te maken en de bal te veroveren in een één tegen één situatie
  • Wanneer de bal uit gaat, start er een nieuw tweetal
10 voetballen
10
6 pilonnen
6
2 mini doelen van 3 bij 1 meter
2
4 blauwe hesjes, 4 oranje hesjes
8
Hoe ziet deze oefening eruit?

Hoe ziet deze oefening eruit?

1:17 min

Makkelijker of moeilijker maken

Verdedigen makkelijker maken

  • Veld smaller maken
  • Zelf de bal inspelen (meer druk op de bal)
  • Na balverovering kan er gescoord worden op twee doelen

Verdedigen moeilijker maken

  • Veld groter maken
  • Hesjes in de handen houden, zodat er niet vastgehouden kan worden
  • Extra aanvaller toevoegen
  • De bal inspelen van de aanvallers naar de verdedigers

Bedoeling van deze oefening

EISEN AAN HET SPEL

  • Dicht bij elkaar blijven staan
  • Schuin achter elkaar gaan staan
  • De tegenstander naar een kant dwingen
  • Laag/op de voorvoeten staan om te kunnen duelleren met de bal
  • Meebewegen naar de kant waar de bal heen gaat (kantelen)
  • De onderlinge afstanden klein maken
  • Zo dicht mogelijk bij de tegenstander komen
  • De tegenstander dwingen naar de plek met de minste ruimte
  • Duelleren om de bal
  • Ingrijpen om de bal te winnen

Wat wil en kan de O14 & O15 speler?

 
 

Vijf typische kenmerken van de O14 & O15-speler:

1. DE GROEISPURT GOOIT ALLES IN DE WAR. Meest in het oog springende ontwikkeling bij O15-spelers is de versnelde lichaamsgroei – en bijkomende verwarring. Enkele ‘late’ spelers genieten nog even van hun ideale lichaamsverhouding en probleemloze coördinatie, maar intussen kijken zij op tegen medespelers die in korte tijd groter en krachtiger worden. Op hun beurt merken die vroegbloeiers dat ze onhandiger met de bal zijn geworden. Daarbij komen de puistjes, haar op bepaalde plekken en, dodelijk in de kleedkamer, overmatige tepelvorming bij sommige jongens.

2. KRITIEK EN ZELFKRITIEK. Bij de O15-spelers neemt de (reeds aanwezige) kritiek op de eigen prestatie verder toe, alsmede de kritiek op anderen. Het vermogen tot onafhankelijk oordelen groeit, een meer doordachte, eigen mening ontwikkelt zich. ‘Coach, we moeten echt eens met drie spitsen spelen, we hebben er de spelers voor.’

3. VERANTWOORDELIJKHEID. Spiegelden spelers zich als O13-speler nog in hoge mate aan idolen aan de top, nu vergelijken ze zich meer realistisch met medespelers. Tekenen van volwassenheid dienen zich aan. Er ontstaat verantwoordelijkheidsgevoel, ze houden meer rekening met anderen.

4. EIGEN BASISTAKEN. De toegenomen zelfkritiek en verantwoordelijkheid uiten zich in de toegewijde manier waarop O.15 spelers zich storten op de basistaken die behoren bij hun posities in het veld. Taken worden onderling ook beter verdeeld. Twee of drie verdedigers houden zich niet zo vaak meer bezig met dezelfde aanvaller van de tegenpartij.

5. LEERDOEL: AFSTEMMING TUSSEN TAKEN. Leerden O13-speler welke taken bij welke positie horen, O.15 spelers stemmen die taken onderling beter af. Niet alleen binnen een linie, maar ook tussen de linies. Blijf op deze leerdoelen coachen, wees niet te veel bezig met winnen en presteren. Concentreer je op het leerproces waarin zij zich individueel bevinden. Pas vanaf O17 mag je verwachten dat ze teamprestaties leveren.

Vergelijkbare oefeningen

Om je bezoek aan onze websites optimaal te laten verlopen, maken wij gebruik van cookies. Cookies om het verkeer over onze sites te analyseren en cookies om (advertentie)inhoud te personaliseren en sociale media content aan te bieden. Natuurlijk vinden wij je privacy belangrijk, daarom kun je deze cookie-instellingen zelf beheren. Hoe wij omgaan met de gegevens die op basis van de geplaatste cookies verkregen zijn, leggen wij uit in onze cookie- en privacyverklaring.