1 tegen 1 omschakelen naar 2 tegen 2

O16 & O17
4 - 12 spelers
¼ veld

Doel

Omschakelen op moment van balverlies verbeteren.

Organisatie

  • Lengte: 20 meter
  • Breedte: 12 meter (per veldje)
  • De oranje spelers dribbelen op beide veldjes in en spelen één tegen één tegen de blauwe spelers
  • Op het moment dat er op één van de twee veldjes gescoord wordt, of als de bal uit gaan, worden de veldjes samengevoegd en wordt het 2 tegen 2
  • Scoren op één van de kleine doelen
  • Als beide ballen uit zijn, starten er op het signaal van de trainer, twee nieuwe één tegen één situaties
  • Als beide ballen uit zijn, zo snel mogelijk het speelveld verlaten en aansluiten aan de andere kant
4 voetballen
4
8 pilonnen
8
4 mini doelen van 3 bij 1 meter
4
Hoe ziet deze oefening eruit?

Hoe ziet deze oefening eruit?

0:51 min

Makkelijker of moeilijker maken

Omschakelen van aanvallen naar verdedigen makkelijker maken

  • Veld smaller en/of korter maken
  • Spelers niet coachen, waardoor zij zelf moeten herkennen wanneer ze moeten omschakelen

Omschakelen van aanvallen naar verdedigen moeilijker maken

  • Veld breder en/of langer maken
  • Spelers actief coachen om snel om te schakelen

Bedoeling van deze oefening

KARAKTERISTIEK

  • Scoren op een klein doel
  • Zo snel mogelijk omschakelen naar een 2 tegen 2 situatie

EISEN AAN HET SPEL

Verdedigen: na balverlies
  • Zo snel mogelijk dicht bij de tegenstander komen
  • Tussen de eigen goal en de tegenstander komen
  • Duelleren om de bal
  • De bal blokken
  • Meteen aansluiten om de ruimte zo klein mogelijk te houden
Aanvallen: na balverovering
  • Zo snel mogelijk proberen te scoren
  • Zo snel mogelijk naar het doel van de tegenstander gaan
  • Zo snel mogelijk de bal diep spelen
  • Als mede-aanvaller zo snel mogelijk naar de ruimte lopen
  • Zo snel mogelijk gebruik maken van de ongeorganiseerde situatie van de tegenstander

Wat wil en kan de O16 & O17 speler?

 
 

Vijf kenmerken van de O16 & O17-speler:

1. EXPLOSIEVE LICHAAMSGROEI. Meisjes zijn rond hun vijftiende uitgegroeid, jongens groeien in de lengte nog even door. Ook worden ze breder nu, maar niet altijd sterker. Ze ervaren minder controle over hun ledematen. Daarbij puberen ze volop. Ze kunnen lusteloos zijn, onredelijk, humeurig. Wel is voor jongens winnen belangrijker dan ooit. Meisjes kunnen winst en verlies beter relativeren.

2. NAVELSTAREN EN VERGELIJKEN. O17-spelers vergelijken zichzelf constant met hun omgeving. In de kleedkamer schamen sommigen zich voor hun lichaam. Vooral in teams waar presteren erg belangrijk is, kunnen spelers hun belangstelling voor voetbal kwijtraken. Zorg voor een veilige omgeving voor iedereen. Voor de onopvallende speler, maar vergeet ook de grote mond niet – zijn gedrag is een uiting van onzekerheid. Help ze nieuwe betekenissen te vinden. Op het veld, rond het team of op de club.

3. FANATISME EN OVERMOED. O17-spelers willen zichzelf bewijzen. Het tempo op het veld ligt plotseling zeer hoog en er wordt overdreven scherp gedekt. Onbesuisde slidings, misplaatste trap buitenkantje voet, explosieve reacties op een beslissing van de scheids. Iedereen schreeuwt. We moeten elkaar toch coachen? Kortom: chaos. Wees duidelijk en consequent in hetgeen jij op en rond het veld toestaat. Kanaliseer oplaaiende emoties en haal oververhitte spelers tijdig naar de kant.

4. TEAMSPELERS. O17-spelers wagen zich vaak aan acties die voor het team weinig rendement hebben. Help ze zo dat hun individuele mogelijkheden meer gaan opleveren. Bij spelers in deze leeftijd is het besef van teamtaken, taken per linie en van elke positie inmiddels op hoofdlijnen aanwezig. Het afstemmen van taken is aan de orde gekomen bij de O15. Nu gaat het erom dat spelers hun handelingen op elkaar afstemmen en dat dit bijdraagt aan het winnen van de wedstrijd. Je hoeft in je coaching dan ook niet meer in algemeenheden te blijven hangen, je mag man en paard noemen – zolang iedereen zich in de groep maar veilig voelt. Controleer dit regelmatig in je persoonlijke contacten met spelers.

5. LEERDOEL: LEREN PRESTEREN. O17-spelers gaan ‘leren’ winnen. Leerden ze bij de O9 en O11 zonder die prestatiedruk 4 tegen 4 en 6 tegen 6 te spelen en bij de O13 en O15 11 tegen 11 – vanaf nu leren ze als team te presteren. Vanuit elf posities en bijhorende taken streven spelers meer dan voorheen gezamenlijk een doel na. Je begeleidt ze hierin, door ze te leren hoe ze als team op dezelfde wijze kenmerkende spelsituaties kunnen interpreteren en daar adequaat op kunnen reageren. Met nog vijftien minuten te gaan staan we met 1-0 voor. Hoe gaan we hiermee om?

Vergelijkbare oefeningen

Om je bezoek aan onze websites optimaal te laten verlopen, maken wij gebruik van cookies. Cookies om het verkeer over onze sites te analyseren en cookies om (advertentie)inhoud te personaliseren en sociale media content aan te bieden. Natuurlijk vinden wij je privacy belangrijk, daarom kun je deze cookie-instellingen zelf beheren. Hoe wij omgaan met de gegevens die op basis van de geplaatste cookies verkregen zijn, leggen wij uit in onze cookie- en privacyverklaring.