Meest gestelde vragen KRVT

Heb je een vraag over de KNVB regionale training? Kijk dan hieronder bij de antwoorden op de meest gestelde vragen over de KRVT.

1. Wat betekent KRVT?
KNVB regionale voetbaltraining. In vijftig KNVB-regio’s (verdeeld over de zes KNVB-districten) verzorgt de KNVB in samenwerking met BVO’s (met name RJO’s) uit de omgeving extra trainingen voor de meest getalenteerde tweedejaars E-pupillen voor amateurclubs.

2. Wat is een RJO?
Regionale Jeugdopleiding. AZ/Telstar, Ajax, FC Utrecht, Feyenoord, sc Heerenveen, FC Groningen, Vitesse/AGOVV, FC Twente/Heracles en PSV zijn de negen, al dan niet gecombineerde jeugdopleidingen, die door de KNVB zijn aangemerkt als RJO. In de filosofie van de voetbalbond is er in de toekomst ruimte voor maximaal twaalf tot veertien RJO’s in Nederland.

3. Wat is een BVO?

Betaald voetbalorganisatie. Nederland heeft 38 BVO’s, achttien in de Eredivisie en twintig in de Jupiler League. Een aantal BVO’s hebben inmiddels een gedeelde jeugdopleiding (zie RJO).

4. Aan welke criteria moeten talentvolle E-pupillen voldoen, oftewel: wanneer is een E-pupil talentvol?
Het uitgangspunt van de KNVB is dat ieder kind talent heeft. De een alleen meer dan de ander. Een E-pupil die er bij zijn eigen vereniging écht bovenuit steekt, en duidelijk behoefte heeft aan extra trainingen, kan worden opgegeven voor de KRVT. Vervolgens zal door de regiocoach van de KNVB en de BVO worden bepaald welke E-pupillen voor de KRVT in aanmerking komen. Belangrijk hierbij is wel om te realiseren dat de KRVT voor beste E-pupillen uit de regio is bedoeld. Om een indruk te geven: in iedere KNVB-regio zijn ongeveer 900 kinderen in 1998 geboren. Daarvan zullen er uiteindelijk slechts veertig worden uitgenodigd.

5. Hoe ziet de inhoud van een training uit?
De regiotrainers van de KNVB en de jeugdtrainers van de BVO’s zullen met verschillende oefeningen en partijvormen de getalenteerde E-pupillen extra trainingen op niveau aanbieden. Het voetballen zelf zal dan ook vooral centraal staan tijdens de regionale oefensessies. De geleerde zaken worden door de spelers meegenomen naar de eigen club, zodat hij/zij zijn of haar medespelers indirect ook kan beïnvloeden.

6. Wat is het voordeel van de KRVT voor de amateurvereniging?
De KRVT bieden amateurverenigingen meerdere voordelen. De beste E-pupillen krijgen de mogelijkheid om zich via twaalf extra trainingen met andere talentvolle leeftijdsgenoten verder te ontwikkelen. Bovendien krijgen ook de jeugdtrainers van amateurverenigingen de kans om de trainingen  en bijeenkomsten met regiocoaches van de KNVB en jeugdtrainers van de BVO’s bij te wonen. Daarnaast wordt de scouting van de BVO’s beter gereguleerd, waardoor het voor amateurverenigingen beter zichtbaar wordt wat er gebeurt als een BVO een talentvolle E-pupil wil overnemen. Door de driehoek KNVB-BVO-AV, staan alle partijen dankzij de KRVT op een constructieve wijze met elkaar in contact.

7. Kunnen meisjes ook aan de KRVT deelnemen?
Ja, dat kan. Mits het meisje dat aan de KRVT wil deelnemen, minstens net zo goed is als de jongens die zijn genodigd. Dat is namelijk de kwaliteitsnorm waarmee jongens en meisjes voor de KRVT worden uitgenodigd.

8. Onze vereniging heeft geen E-pupillen die voor de KRVT in aanmerking komen. Zijn onze trainers ondanks dat wel welkom tijdens de regionale trainingen en bijeenkomsten?
Ja. Ook de trainers die geen E-pupillen van hun club bij de KRVT hebben, zijn welkom bij de bijeenkomsten. Juist door de trainers extra scholing te geven, stijgt ook het niveau van het technisch kader binnen de vereniging. Ze zijn direct in staat dit toe te passen op de E-pupillen. 

9. Waarom loopt het traject in december af en duurt het niet het hele seizoen?

De uitgenodigde E-pupillen krijgen gedurende het najaar twaalf trainingen van de trainers van de KNVB en BVO’s. Tegelijkertijd loopt ook het kadertraject, waarin trainers van amateurclubs scholingsavonden en themabijeenkomsten kunnen bijwonen. Ook dat is van belang voor de ontwikkeling van de club. Tijdens de tweede helft van het seizoen keren de E-pupillen terug naar hun eigen vereniging, maar ook vanaf dat moment gaat het ontwikkelingstraject door dankzij hun trainers die met extra technische bagage bij de club terugkeren. 

10.Moeten spelers van een amateurvereniging altijd aanwezig zijn tijdens de KRVT? Wat als we vanuit de club bijvoorbeeld een oefen-, beker- of competitiewedstrijd is gepland?
De basis is dat alle kinderen iedere training aanwezig zijn. Indien er zich specifieke situaties voordoen, zoals bijvoorbeeld een wedstrijd van de eigen club, is het raadzaam om de technisch jeugdcoördinator van de club contact op te laten nemen met de KNVB-trainer van de KRVT. 

11. Hoe voorkomen we dat BVO’s spelers rechtstreeks gaan benaderen tijdens de KRVT?
De clubs die als RJO fungeren hebben afgesproken dat ze de kinderen niet voor 1 januari zullen benaderen. Dat betekent dat ze tijdens de KRVT in het najaar gewoon alle extra trainingen kunnen volgen, zonder dat ze mogelijk stage bij een andere club lopen. Bovendien zijn verschillende clubs uit betaald voetbal een stichting, waardoor ze pas vanaf de D-pupillen kinderen mogen opleiden. In dit geval kunnen ze de tweedejaars E-pupillen dus ook pas na 1 januari benaderen, omdat ze dan pas tot de D-categorie behoren.

12. De KRVT is voor 2e jaar E-pupillen bedoeld. Sommige spelen op die leeftijd al op een heel veld (11x11), terwijl een groot gedeelte nog op een half veld (7x7) speelt. Gaat de KRVT van 7x7 of 11x11 uit?
De KRVT gaat uit van 7x7. Deze wedstrijdvorm past namelijk het beste bij de opleidings- en coachingsdoelstellingen van deze leeftijdscategorie. De 11x11-competitie voor E-pupillen is op basis van dit argument ook (bijna) nergens in Nederland te vinden. E-pupillen hebben behoefte aan veelvuldige balcontacten en veel herhalingen van situaties; 7x7 (en 4x4 in trainingsvorm) voldoet hieraan.

13. Worden de amateurclubs geïnformeerd als er een van hun pupillen via de KRVT’s door een BVO wordt benaderd?
Ja. Vanwege het samenwerking tussen de verschillende partijen binnen de KRVT zullen de technisch jeugdcoordinatoren van de amateurclubs op de hoogte gesteld worden als één van hun pupillen in aanmerking komt voor een stage bij een BVO. De kans dat een E-pupil wordt uitgenodigd zal overigens meer uitzondering dan regel zijn. Dit KRVT’s hebben dan ook een breder doel.

14. Bestaat de mogelijkheid dat E-pupillen behalve door de deelnemende BVO’s ook door andere (betere) amateurverenigingen uit de omgeving gescout worden tijdens de KRVT’s?
Die kans is er inderdaad. Simpelweg omdat scouten niet verboden is en ook niet tegen te houden is. De KRVT’s zorgen er echter wel voor dat de scouting beter gereguleerd wordt en in een open situatie plaatsvindt. Wat jonge voetballers en hun ouders zich echter wel goed moeten realiseren, is dat ze een zorgvuldige keuze moeten maken als deze situatie zich voordoet. Denk bijvoorbeeld aan de (sociale) omgeving en school, die mogelijk zal veranderen. Bovendien is het zo dat een kind bij een BVO verzekerd is van een goede voetbalopleiding en goede randvoorwaarden. Bij de overstap naar een andere (betere) amateurclub, is het belangrijk om de vraag te stellen  of dit ook goed is voor de totale ontwikkeling van het kind.  

15. Hoe lang duurt een eventuele stage bij een BVO?
De trainer(s) van de BVO heeft tijdens de KRVT de talentvolle kinderen al tien tot twaalf keer begeleid. Daardoor heeft een BVO dus al best een goed beeld van de kwaliteiten van het kind. De keuze om hem of haar uit te nodigen voor een stage zal dus ook ‘zuiverder’ worden. Hierdoor zullen er uiteindelijk ook minder teleurstellingen voor kinderen ontstaan. 

16. Neemt de KNVB de opleiding van de BVO over?
Nee. De BVO behoudt gewoon de eigen opleiding bij de club. De KRVT is een samenwerking tussen de KNVB, BVO’s en amateurclubs, waarbij de trainingen door regiocoaches van de KNVB en jeugdtrainers van de BVO verzorgd zullen worden. Dit staat dus los van de opleidingen bij de BVO’s en amateurclubs.

17. Onze club heeft een talentvolle speler. De thuissituatie (bijvoorbeeld ouders in scheiding) maken dat ik twijfel, of ik deze speler wel moet opgeven. Mijn inschatting is dat deze speler er vaker niet dan wel zal kunnen zijn bij de KRVT vanwege de thuissituatie. Wat te doen?

In dit soort gevallen, ligt iedere situatie anders. In het geval van een scheiding tussen beide ouders zijn er direct een aantal vragen: gaan beide ouders bijvoorbeeld  in dezelfde stad wonen, of komt er een grote (reis)afstand tussen de woonplaatsen van beide ouders? In dit soort gevallen is het handig om de technische jeugdcoördinator van de amateurvereniging samen met de regiocoach van de KNVB contact te laten zoeken met de ouders en zodoende tot de juist beslissing voor de E-pupil te komen.  

18. Conformeert een BVO die geen RJO is ook aan dit traject? M.a.w. mag een BVO die geen RJO is 2e jaars E-pupillen voor 1 januari uitnodigen?
De BVO’s die deelnemen aan de trainingen stappen naast de RJO’s ook in het traject en conformeren zich aan de afspraken die zijn gemaakt. Deze zullen spelers dus ook niet eerder uitnodigen dan 1 januari. BVO’s die niet deelnemen zullen dit misschien wel doen, echter wordt er gedurende het traject tijdens ouderbijeenkomsten aandacht besteed aan dit onderwerp om zodoende het belang van deelname aan het traject te onderstrepen en de ontwikkeling van het kind voorop te stellen. Vervroegde stage is hierin geen voordeel.