Tuchtrechtspraak betaald voetbal

De tuchtrechtspraak binnen het voetbal kent ‘de’ aanklager, de tuchtcommissie en commissie van beroep. Wie zijn het die rechtspreken en hoe gaat deze rechtspraak in zijn werk?

De Aanklager

Er zijn vijf aanklagers die om beurten een week dienst hebben. Alle vijf zijn (oud-)officier van justitie. De aanklager van dienst volgt het voetbal die betreffende week op de voet. Hij/zij kan schikkingsvoorstellen sturen bij directe rode kaarten. Ook kan de aanklager een vooronderzoek starten, bijvoorbeeld naar een overtreding die de scheidsrechter heeft gemist of naar wanordelijkheden in het stadion. De aanklager vraagt dan verklaringen op van betreffende club(s) en speler(s), waarna een sepot of schikkingsvoorstel volgt.

De Tuchtcommissie

De tuchtcommissie bestaat uit minimaal zeven leden, waarvan tenminste de helft jurist is

De tuchtcommissie in het betaalde voetbal bestaat uit minimaal zeven leden, waarvan tenminste de helft jurist is. De commissie bestaat verder uit twee oud-voetballers en één oud-scheidsrechter. De commissie van beroep kent minstens zes leden, allen jurist, onder wie één oud-voetballer.

Een zaak komt bij de tuchtcommissie in drie gevallen. Als een schikkingsvoorstel is afgewezen, als de aanklager vindt dat een zaak zich niet leent voor een schikkingsvoorstel, of als een rechtstreeks betrokken belanghebbende verzoekt om alsnog de aanklager te bevelen tot vervolging over te gaan.

De Commissie van Beroep

Een zaak komt terecht bij de commissie van beroep als hetzij de aanklager, hetzij de veroordeelde partij een beroep instelt tegen een uitspraak van de tuchtcommissie, of als er een verzoek tot herziening wordt ingediend. In dit laatste geval moeten nieuwe feiten aanwezig zijn die tijdens de eerdere behandeling tot een ander besluit zouden hebben geleid.Tijdlijn VoetbalrechtspraakBekijk hier de infographic van de voortgang van de voetbalrechtspraak.

Terug naar boven