'Ik voelde me net James Bond'
Na tien bewogen jaren heeft Henk Kesler woensdag 1 september het stokje overgedragen aan Bert van Oostveen. Dinsdag was zijn laatste dag als directeur betaald voetbal van de KNVB. Reden genoeg voor een afscheidsinterview in vier delen. Vandaag deel 3: Henk Kesler over vriendschap, teleurstelling en kleine geneugten.
Drijfveer
Vooral in mijn begintijd als directeur betaald voetbal waren het roerige jaren. Ik was regelmatig zeventig, tachtig uur per week aan het werk. Dat heb ik altijd met plezier gedaan, ook omdat je resultaat zag. Het voetbalvandalisme is afgenomen, het competitieprogramma loopt gelijk, er is een nieuw licentiesysteem en een voetbalwet en we hebben geen gedoe meer rond Nederlands elftal. Mensen zeggen: “Er is een stuk rust gekomen bij de KNVB.” De KNVB wordt ook als een betrouwbare partner gezien. Die erkenning geeft voldoening.
Spijt
Ik heb een keer mijn excuses aangeboden voor wat uitspraken die ik heb gedaan. (Kesler had het naar aanleiding van een politiestaking in 2007 over 'gefrustreerde vakbondsbaasjes' en 'verwende kereltjes', red.) Dat was een minder gelukkige manoeuvre. Toen ik thuiskwam zei mijn vrouw al meteen dat dat niet handig was. Maar echt spijt? Ik ben niet zo van de spijt. Als je vraagt: hadden dingen anders gemoeten? Ja, we hadden in Zuid-Afrika wereldkampioen moeten worden. Maar daar moet je niet te lang over treuren.
Familie
Mijn familie heeft me door mijn werk niet veel gezien, want het is een time consuming functie. Bovendien had ik al snel besloten doordeweeks in Zeist te gaan wonen. Zo zit ik in elkaar: als je iets doet, moet je het goed doen. Dit betekende overigens wel dat mijn vrouw tien jaar lang een weekendhuwelijk heeft gehad. Dat was ook de reden dat ik in 2008 heb gezegd: “Ik ga nog twee jaar door, maar dan is het ook echt afgelopen. Dan vind ik dat ik weer terug naar huis moet.”
Mijn jongste dochter heeft er in het begin ook weleens last van gehad dat ik bij de KNVB zat; zij werd daar soms op minder plezierige wijze mee geconfronteerd. Maar aan de andere kant heeft mijn familie ook de leuke dingen meegemaakt, zoals het bijwonen van thuiswedstrijden van het Nederlands elftal.
Teleurstelling
De grootste teleurstelling vind ik de uitschakeling door Rusland in de kwartfinale op EURO 2008. Nadat we Frankrijk en Italië eruit gekegeld hadden, dacht ik: nu worden we Europees kampioen. Dat zou een eitje moeten zijn, maar dat bleek een misvatting. Die nederlaag zag ik niet aankomen.
Angst
Ik ben nooit bang geweest. Ook niet in de periode in 2001 toen ik te maken had met bedreigingen. Ik heb weleens gelachen als de wijkagent zei: “U moet niet altijd dezelfde route nemen en vaker in uw spiegeltje kijken of u gevolgd wordt.” Ik voelde me op een gegeven moment net James Bond, bij wijze van spreken. Voor mijn vrouw was het vervelender. Zij had thuis bewaking; die mensen bivakkeerden bij ons in het tuinhuisje.
Ik heb me wel een keer onprettig gevoeld toen ik bij Feyenoord werd uitgescholden toen ik naar mijn auto liep. Ik kon niet meer rustig over het parkeerterrein lopen – en dan is P3 een aardig eind lopen. Toen zei ik: “Geef mij maar een parkeerplaats dichterbij de ingang.” Dat vond ik wel vervelend.
Kleine geneugten
(lacht) Als directeur betaald voetbal kun je gratis naar het voetbal en zit je altijd op een goede plek. En je krijgt een nette parkeerplaats en een lekker kopje koffie. Maar even serieus: je merkt wel dat je in het land gerespecteerd wordt vanwege je functie. De deuren gaan voor een directeur betaald voetbal makkelijker open dan voor een advocaat. Bijvoorbeeld als je een afspraak wilt maken met een burgemeester of op het ministerie.
Ergernis
Dat zat ik me laatst af te vragen toen ik in Zweden naar de elanden zat te kijken – die overigens maar niet wilden komen. Toen bedacht ik me dat één ding me flink geërgerd heeft: politici die bij rellen altijd begonnen te roepen "er moet wat gebeuren”, terwijl ze zelf geen vinger uitstaken om het hooliganisme te bestrijden. Wij zijn als KNVB uiteindelijk degenen geweest die de voetbalwet hebben geïnitieerd, omdat de politici daar de moed niet voor hadden.
Vriendschap
Willem van Es, de vroegere directeur van Nationale-Nederlanden, is in de loop der tijd een goede vriend geworden. Maar om nou te zeggen “ik heb aan de voetballerij veel vrienden overgehouden met wie ik straks op vakantie ga”, nee. Het is een redelijk eenzame functie, want je hebt weinig tijd om in een vriendschap te investeren. Wel barst ik dankzij mijn functie van de goede bekenden en relaties. Maar echte vrienden, die zitten in mijn oude kennissenkring in Enschede. Niet in de voetballerij.
Henk Kesler
In mijn begintijd werd ik weleens bestempeld als een dictator. Ik ben direct en niet altijd even aardig tegen mensen. Er zullen ook best medewerkers binnen de KNVB zijn die zullen zeggen: “Ik ben blij dat hij weg is.” Maar ik ben altijd wel duidelijk. En ik heb volgens mij gevoel voor humor, dat vinden anderen ook.
Waar ik slecht tegen kan, is oneerlijkheid. Als mensen de persvrijheid misbruiken om zaken bewust anders voorstellen dan het in werkelijkheid is, dan reageer ik. Dat is meerdere keren gebeurd. Daar heb ik echt een bloedhekel aan.
Morgen in deel 4: Henk Kesler over gezonde clubs, het WK 2018 en tuinieren.
Lees ook deel 1: Bond telt wereldwijd mee qua aanzien en deel 2: Ik was graag eens kampioen geworden