'Ik was graag eens kampioen geworden'
Na tien bewogen jaren draagt Henk Kesler vandaag (1 september) het stokje over aan Bert van Oostveen. Gisteren was zijn laatste dag als directeur betaald voetbal van de KNVB. Reden genoeg voor een afscheidsinterview in vier delen. Vandaag deel 2: een terugblik op de periode 2000-2010. Henk Kesler over de maatschappelijke functie van de KNVB, financiën en Louis van Gaal.
Maatschappelijke functie
Er is tegenwoordig minder geweld en de mensen gaan weer graag naar het voetbal. De laatste vier, vijf jaar hebben we steeds bezoekersrecords gebroken, dat doet me deugd. Voetbal speelt een belangrijke rol in de maatschappij. Dat hebben meerdere kabinetten onderkend. Waar in het verleden nog weleens werd geroepen 'de KNVB doet maar wat', ziet de overheid ons nu als een belangrijke en betrouwbare partner. Zo werken we samen in allerlei projecten, zoals Tijd voor Sport. Een van de hoogtepunten vind ik nog steeds de oprichting van de Stichting Meer dan Voetbal in 2004. Daar ben ik best trots op, dat we dat van de grond hebben gekregen. Als maatschappelijke instelling hebben we ons als KNVB bewezen. Onze maatschappelijke functie wordt steeds groter en belangrijker.
Nieuw licentiesysteem
Een andere belangrijke ontwikkeling is de vernieuwing van het licentiesysteem in 2004. Ik wil niet zeggen dat het ervoor een zootje was, maar we hadden een systeem waar minder lijn in zat. Als je aan de hand van financiële garanties kon aantonen dat je een jaar lang kon blijven voetballen, dan kreeg je een licentie. Kortetermijnpolitiek dus, waarbij gesjoemel met termijnen voorkwam. Het nieuwe systeem, dat inmiddels drie keer is aangepast, is eenduidig en voor iedereen helder. Het is afwachten hoe clubs ermee omgaan. Maar ik sluit niet uit dat er - na HFC Haarlem - nog een aantal clubs gaat verdwijnen, al dan niet via een fusie.
Internationale positie
Mensen zeggen weleens: de kwaliteit van het Nederlandse voetbal is achteruit gegaan. Daar ben ik het niet mee eens. De competitie is wellicht achteruit gegaan, omdat onze beste spelers naar het buitenland gaan, maar dat was vroeger ook al zo. Dat wil niet zeggen dat wij geen goede voetballers meer leveren. Dat blijkt wel uit feit dat we met het Nederlands elftal op het WK zes wedstrijden op rij wisten te winnen.
Dat de Nederlandse clubs internationaal een minder grote rol spelen, is jammer. Maar als je een lijstje pakt met de begrotingsomvang van clubs in 2000 en nu, dan zie je dat wij minder progressie hebben geboekt dan buitenlandse clubs. Ajax heeft een begroting van 62, 63 miljoen euro. Newcastle, zo’n beetje de nummer twintig op de lijst, heeft 105 miljoen euro omzet. Met andere woorden: je telt niet meer mee in Europa als je niet meer dan 100 miljoen hebt. Dat is het lot van een land als Nederland, met een kleine markteconomie en ook een zeer beperkte televisiemarkt.
Oranje
Het Nederlands elftal heeft natuurlijk ook een belangrijke rol gespeeld in de afgelopen tien jaar. In mijn begintijd hadden we te maken met een Nederlands elftal dat zich niet kwalificeerde voor het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea. Toen kregen we die hilarische persconferentie met Louis van Gaal. (lachend:) Ook een van mijn hoogtepunten, om het zo maar te zeggen.
Ik denk dat Louis nog steeds de ambitie heeft om een keer coach van het Nederlands elftal te worden. Om toch nog een keer te laten zien dat hij met Oranje wat kan bereiken. Of ik dat ook zie gebeuren? Dat laat ik aan mijn opvolgers over. Die moet je niet voor de voeten lopen.
Natuurlijk was ik met het Nederlands elftal graag een keer kampioen geworden. Dat heb ik alleen meegemaakt met Jong Oranje, dat in 2006 en 2007 Europees kampioen is geworden. Met het A-team heeft het helaas net niet mogen lukken, maar we staan wel tweede op de wereldranglijst. Niet slecht, voor een klein landje.
Morgen in deel 3: Henk Kesler over vriendschap, teleurstelling en kleine geneugten.
Lees ook deel 1: Bond telt wereldwijd mee qua aanzien