Gemengd voetbal
Iedere jonge voetballer moet kunnen spelen en trainen op zijn of haar eigen niveau. Om dit mogelijk te maken stimuleert de KNVB gemengd voetbal, waarbij meisjes tot 19 jaar met en tegen jongens kunnen spelen.
Bij gemengd voetbal wordt geen onderscheid gemaakt op basis van geslacht, maar op basis van voetbalkwaliteiten. En dat blijkt een uitstekende stimulans voor de voetbalontwikkeling van jonge speelsters.
Jeugdcompetitie
Bij de jongste voetbaljeugd spreken we niet van jongens- of meisjescompetities, maar van een jeugdcompetitie. Bij de F- en E-pupillen spelen jongens en meisjes namelijk in één competitie; ofwel in een gemengd team ofwel in een team van meisjes.
Bij de D-pupillen gaat de voorkeur ook uit naar gemengd voetbal, maar hier bestaat wel de mogelijkheid meisjes in te delen in een meisjespoule. In de juniorenleeftijd kunnen meisjes kiezen of ze – individueel of met hun team – willen doorgroeien in de jeugdcompetitie of dat ze liever in een meisjescompetitie uitkomen.
Noodzakelijk
In 1986 besloot de KNVB gemengde teams toe te laten tot de jongenscompetitie tot en met 12 jaar. Dit was een noodzakelijke maatregel, aangezien het aantal meisjes dat bij een vereniging voetbalde vaak ontoereikend was om een team te vullen.
In 1993 breidde gemengd voetbal zich uit tot de B-junioren, waarbij twee seizoenen later de landelijke B-competitie volgde. Sinds 1996 kunnen ook in de A-competitie jongens en meisjes met en tegen elkaar spelen. Het is inmiddels ook mogelijk voor vrouwen om uit te komen in mannenteams in de zogenaamde B-categorie.
In Oranje
In 2008 maakte Lianne de Vries haar debuut in het Nederlands vrouwenelftal als speelster van Amstelveen Heemraad A1, een team waarin zij wekelijks met en tegen jongens speelde. De Vries is lang niet de enige voetbalster die het op deze manier tot een vertegenwoordigend team wist te schoppen. Ook onder anderen Daphne Koster, Nicole Delies en Shirley Smit konden zich dankzij het gemengd voetbal ontwikkelen tot volwaardig international.