Training Sport en Gedrag

Sinds januari 2016 krijgen zich misdragende C-, B- en A-junioren te maken met de training Sport & Gedrag. Deze training wordt als pedagogische element toegevoegd aan de tuchtrechtelijke straf. Als wordt deelgenomen aan de training Sport & Gedrag volgt voor de uitsluiting of schorsing grotendeels omzetting in een voorwaardelijke straf. Voorwaarde voor deze aanpassing van straf is uiteraard wel dat de training ook met goed gevolg wordt afgerond.

De KNVB wil met het inzetten van deze training jonge voetballers een tweede kans geven, maar ze ook bewust maken van hun gedrag. Dit past bij alle acties van de KNVB om sportiviteit en respect op de velden te stimuleren.

Twee varianten

De training Sport & Gedrag kent twee varianten:

  • Training I

C-, B- en A-junioren die een overtreding hebben begaan waarvoor een tuchtorgaan van de KNVB een uitsluiting van minimaal 6 en maximaal 10 wedstrijden oplegt, komen in aanmerkingen voor de training Sport & Gedrag I. Door deel te nemen aan deze training oefent de betrokkene zelf invloed uit op de hoogte van de straf. Deelname betekent namelijk dat de tuchtorganen van de KNVB 4 wedstrijden uitsluiting omzetten in een voorwaardelijke straf. Bij een uitsluiting van 6 wedstrijden mag de betrokkene dan dus na 2 wedstrijden langs de kant alweer op het veld terugkeren.

  • Training II

C-, B- en A-junioren die een excessieve overtreding hebben begaan waarvoor een tuchtorgaan van de KNVB een schorsing van maximaal 36 maanden oplegt, komen in aanmerkingen voor de training Sport & Gedrag II. Door deel te nemen aan deze training oefent de betrokkene zelf invloed uit op de hoogte van de straf. Deelname betekent namelijk dat de tuchtorganen van de KNVB een derde van de schorsing omzetten in een voorwaardelijke straf. Bij een schorsing van 18 maanden mag de betrokkene dan dus na twaalf maanden langs de kant weer op het veld terugkeren.

De training Sport & Gedrag II is een verzwaarde variant van training I. Aan deze training is onder andere een boosheidcontrole training toegevoegd. Voor de uitvoering van deze trainingen werkt de KNVB samen met Halt.

Hoe ziet de training Sport & Gedrag I er precies uit?

De training Sport & Gedrag I bestaat uit drie verplichte afspraken met een Halt-medewerker:

  1. Tijdens de eerste afspraak doet de deelnemer een test waaruit blijkt wat voor type voetballer hij is. Daarna worden situaties op en rond het voetbalveld besproken. Op deze manier wordt de deelnemer zich bewust van wat hij heeft gedaan. Deze bijeenkomst duurt ongeveer drie uur.
  2. De tweede bijeenkomst bestaat uit het voeren van een excuusgesprek. De deelnemer moet een excuusgesprek voeren met diegene tegen wie hij de overtreding beging. Ook moet de deelnemer een leeropdracht uitvoeren, door bijvoorbeeld een presentatie over de gedragsregels bij zijn voetbalvereniging te maken. Het excuusgesprek en de leeropdracht duren samen ongeveer 2 uur.
  3. In de derde bijeenkomst wordt teruggekeken op de training en wat er gebeurd is. De training eindigt met het voor de deelnemer opstellen van een gedragscode. Deze bijeenkomst duurt ongeveer één uur.

Bij deze training is het doel dat de deelnemer zich bewust wordt van zijn gedrag op het veld. De deelnemer moet tot het inzicht komen dat wat hij heeft gedaan niet kan en dat hij zich in de toekomst niet nog eens zo moet laten gaan. Een ander doel van de training is dat het slachtoffer (bijvoorbeeld de scheidsrechter of een tegenspeler) genoegdoening krijgt. In totaal bestaat de training uit ongeveer zes uur verdeeld over drie afspraken. Deze afspraken dienen plaats te vinden in een periode van enkele weken.

Hoe ziet de training Sport & Gedrag II er precies uit?

De training Sport & Gedrag II bestaat uit drie verplichte onderdelen:

  1. Het volgen van een boosheidcontrole training van circa acht sessies. Elke sessie duurt ongeveer 45 minuten. In de boosheidcontrole training leert de deelnemer signalen van boosheid te herkennen en op een adequate manier mee om te gaan. De bijeenkomsten zijn een op een met een begeleider van Halt.
  2. De deelnemer moet een excuusgesprek voeren met diegene tegen wie hij de overtreding beging.
  3. Het uitvoeren van verschillende opdrachten bij, bij voorkeur, de eigen voetbalvereniging. Deze opdrachten kunnen klusjes binnen de vereniging zijn, meelopen met een scheidsrechter of andere zaken die de vereniging ten goede komen. Met dit onderdeel kan de deelnemer goedmaken wat hij voor de vereniging verkeerd heeft gedaan.

Ook bij deze training is het doel dat de deelnemer zich bewust wordt van zijn gedrag op het veld en instrumenten aangereikt krijgt om emoties te controleren. Een ander doel van de training is dat het slachtoffer (bijvoorbeeld de scheidsrechter of een tegenspeler) genoegdoening krijgt. In totaal bestaat de training uit ongeveer twaalf afspraken met een Halt-medewerker. Deze bijeenkomsten en de opdrachten binnen de voetbalvereniging worden verspreid over een periode van ongeveer een half jaar. 


Terug naar boven